Statecraft

§Reeks II · 02 · Vorm

De stille onteigening

Hoe de afwezigheid van één instrument de Nederlandse eigendomsstructuur in zeven sectoren tegelijk hertekent

21 april 2026 · door Jacob Huibers · Read in English →

Samenvatting

Tussen begin 2024 en begin 2026 verdween circa 44.000 woningen uit particulier beleggersbezit, een daling van 320.000 naar 276.000. In dezelfde periode groeide het bedrijfsmatig segment met 28.000. Het aantal zelfstandige openbare apotheken kromp sinds 2010 met 32 procent. Tussen 2010 en 2020 verdween 100.000 Franse landbouwbedrijven, en het Nederlandse equivalent voltrekt zich nu op vergelijkbare schaal. In de Nederlandse mondzorg is bijna dertig procent van de omzet in handen van private equity. EuroParcs groeide tussen 2019 en 2024 van achttien naar zestig parken. Bij 99 van de 214 in 2024 goedgekeurde zorgconcentraties was een private-equitypartij betrokken.

Dit zijn afzonderlijke gegevens uit afzonderlijke sectoren. Wat zij delen, is niet hun inhoud maar hun structurele oorzaak. Nederland kent geen instrument dat eigendom aan beroepsuitoefening, ruimtelijke binding of generationele continuïteit koppelt. Duitsland kent dat instrument in het Bestand-Neuvermietung-onderscheid en in het coöperatieve woonsegment dat negen procent van de huurmarkt beslaat. Frankrijk kent het in SAFER en sinds maart 2023 in de Loi Sempastous. Denemarken kent het in het ydernummer-systeem voor de eerstelijn en in apoteksloven. Het Verenigd Koninkrijk koos in 2004 het Nederlandse pad en levert de empirische tegencase: dezelfde sectoren, dezelfde uitkomsten, in versterkte vorm.

Dit position paper is het tweede in de Statecraft-reeks Doorwerking. Versie 2 voegt aan versie 1 een internationale vergelijking toe met geverifieerde cijfers, een kwantitatieve scenariobandbreedte tot 2045, en een uitwerking van het mechanisme in zeven sectoren met de meest actuele data per eind 2025 en begin 2026. De stelling is scherper dan in versie 1: de stille onteigening is geen onbedoelde uitkomst van marktwerking, maar de uitkomst van een Nederlandse beleidskeuze om instrumenten die elders wel bestaan, niet te ontwerpen.


§ 01 · De gewone advertentie en wat er onder ligt

Op een willekeurige zaterdagochtend in het voorjaar van 2026 staat op Funda een vakantiewoning te koop op Texel. De vraagprijs is redelijk, het object verzorgd, de verkoper een echtpaar dat het pand in 1998 heeft gekocht voor de gezinsvakanties en het sindsdien ook verhuurt om de vaste lasten te dekken. In de toelichting staat dat de eigenaar verkoopt vanwege oplopende lasten. Box 3 op de woning groeide in vijf jaar van een paar duizend euro per jaar naar meer dan achtduizend.¹ De BTW op verhuur is verhoogd van negen naar eenentwintig procent. De parklasten stegen mee. Wat een aanvullende oudedagsvoorziening was, is een netto kostenpost geworden.

De woning verandert van eigenaar. De koper is een vehikel waarvan het uittreksel uit de Kamer van Koophandel verwijst naar een houdstermaatschappij in Luxemburg, die op haar beurt is verbonden aan een fonds dat onder andere in Nederlandse, Italiaanse en Duitse recreatiesector investeert. De juridische structuur is volkomen legaal. De fiscale lasten op deze koper zijn niet vergelijkbaar met die op de Texelse eigenaar, omdat de wet verschillend werkt voor verschillende structuren.

In het Nederlandse Kadaster verandert deze ene transactie weinig. Op het geaggregeerde niveau van de cijfers verandert ze veel. Tussen begin 2024 en begin 2026 daalde het aantal woningen in particulier beleggersbezit van 320.000 naar 276.000.² Bij bedrijfsmatige beleggers groeide het bezit in dezelfde periode van 448.000 naar 476.000. In 2025 verkochten beleggers 65.000 woningen, in het laatste kwartaal van dat jaar alleen al een recordaantal van 18.075. Dat het netto saldo van de uitstroom voor het tweede jaar op rij negatief was, betekent dat de uitstroom particulier zwaarder is dan de instroom bedrijfsmatig. Het Kadaster registreerde dit voor het eerst in 2023; de trend zet door, en versnelt.

Wat zich hier voltrekt is geen incident in de recreatiesector en geen toevallige golf in de woningmarkt. Het is dezelfde beweging die zich voltrekt in zes andere Nederlandse sectoren. In elk van die sectoren is de mechaniek herkenbaar. In elk van die sectoren ontbreekt hetzelfde instrument. En in elk van die sectoren bestaat het instrument wel in een buurland.

§ 02 · Het mechanisme in vier stappen

Het mechanisme dat in deze sectoren werkzaam is, kent vier stappen die in elke afzonderlijke sector enige variatie vertonen maar in hun structuur identiek blijven.

Eerste stap: een fiscaal of regulatoir signaal. Een afzonderlijke maatregel met een verdedigbare rationale wordt door één departement geïntroduceerd en binnen één rationaliteit getoetst. Box 3 wordt hervormd na het arrest van de Hoge Raad van december 2021, met verdere stappen in de Herstelwet, de Overbruggingswet en de tegenbewijsregeling per medio 2025.³ De BTW op recreatieve verhuur wordt geharmoniseerd vanwege gelijk speelveld. De stikstofaanpak na de uitspraak van de Raad van State van mei 2019 dwingt een vergunningsregime af dat de melkveehouderij raakt. De Wet betaalbare huur reguleert per 1 juli 2024 het middensegment, met een woningwaarderingsgrens van 1.184,82 euro voor 2025.⁴ De Wet vaste huurcontracten verbiedt tijdelijke contracten als hoofdregel. Elk van deze maatregelen is op het eigen dossier verdedigbaar. De toetsing in het wetgevingsproces is sectoraal.

Tweede stap: asymmetrische kostenimpact. De maatregel raakt particulier bezit, familiebedrijven en MKB volledig. Institutionele partijen, particuliere fondsen en buitenlandse investeerders beschikken over arbitragemogelijkheden die particulieren niet hebben: vehikelstructuren, buitenlandse vestigingen, fiscale faciliteiten, schaalvoordelen in compliance. Een SEO-doorrekening uit 2025 berekende voor particuliere verhuurders een rendementsverlies van vijftien tot dertig procent als gevolg van de stapeling van Box 3, overdrachtsbelasting van 10,4 procent en de Wet betaalbare huur; in Amsterdam ligt de maximale uitkomst op de bovengrens van die bandbreedte.⁵ Wat een Texelse particuliere eigenaar achtduizend euro per jaar kost, kost voor een buitenlands private-equityvehikel een fractie. De CPB-doorrekeningen die het wetgevingsproces ondersteunen, veronderstellen modelhuishoudens en modelbedrijven en zelden de vraag wat er gebeurt wanneer de ene partij de maatregel kan omzeilen en de andere niet. Het model veronderstelt symmetrische actoren. De werkelijkheid is asymmetrisch.

Derde stap: uitstroom en instroom. De kleine eigenaar verkoopt, stopt of wijkt uit naar het buitenland. De institutionele partij koopt op, bundelt en optimaliseert. De uitstroom verloopt zelden in één jaar. Zij voltrekt zich gedurende drie tot acht jaar, waarin de cumulatieve last langzaam te zwaar wordt voor de partij die geen arbitrage heeft. Het is geen schok. Het is een geleidelijke verlaging van de drempel waarop verkopen aantrekkelijker is dan voortzetten. In de woningmarkt registreerde het Kadaster netto verkopen door investeerders van 29.300 in 2024 en 38.000 in 2025; in twee jaar verdween daarmee een vierde van het kleinschalige verhuursegment.⁶

Vierde stap: onomkeerbare verankering. Het overgenomen kapitaal landt in structuren die niet eenvoudig terug te draaien zijn. Buitenlandse investeerders genieten verdragsrechtelijke bescherming. Private-equityfondsen hebben langlopende afspraken met pensioenfondsen en verzekeraars als kapitaalverstrekkers. Mochten politici later de structurele uitkomst willen corrigeren, dan wordt dat een diplomatiek en juridisch gevecht waar Nederland niet voor toegerust is. Tegen de tijd dat de uitkomst zichtbaar wordt in een talkshow, meestal acht tot tien jaar nadat het signaal is geïntroduceerd, is de verankering een feit.

Dit mechanisme functioneert ook zonder dat iemand het beoogt. Dat is geen retorische opmerking. Het is de sleutel tot het frame van deze reeks. De gedissocieerde organisatie produceert structurele uitkomsten als bijproduct van haar eigen ontwerp. Wat in het apparaat als coherent en zorgvuldig oogt, levert aan de buitenkant een eigendomsverschuiving op die geen enkele departementale beslissing als doel heeft genomen.

Wat in versie 1 van dit paper impliciet bleef, en hier expliciet wordt, is dat dit mechanisme niet onontkoombaar is. Andere West-Europese landen kennen vergelijkbare fiscale en regulatoire stappen, maar niet dezelfde uitkomst. Het verschil zit in één plek: de aanwezigheid of afwezigheid van een instrument dat eigendom bindt aan beroepsuitoefening, ruimtelijke continuïteit of generationele binding. Drie buurlanden laten zien hoe dat instrument werkt. Een vierde laat zien wat er gebeurt als het er niet is.

§ 03 · Het regulatoire vacuüm: wat Berlijn, Parijs en Kopenhagen wel doen

Duitsland: het Bestand-Neuvermietung-onderscheid en het coöperatieve segment

De Duitse huurwetgeving onderscheidt sinds 2015 systematisch tussen Bestand en Neuvermietung. Voor zittende contracten geldt de Kappungsgrenze van paragraaf 558 BGB: de huur mag in drie jaar maximaal vijftien tot twintig procent stijgen ten opzichte van de ortsübliche Vergleichsmiete. Voor nieuwe contracten geldt de Mietpreisbremse van paragraaf 556d BGB: maximaal honderdtien procent van diezelfde lokale referentie.⁷ De Mietpreisbremse is van toepassing in 410 angespannte Wohnungsmärkte die ongeveer 26 miljoen inwoners dekken, en is in juli 2025 door het Bundeskabinett verlengd tot 31 december 2029. Het dempende effect is bescheiden, twee tot vier procent volgens DIW Berlin, maar het bestaan van de regeling structureert de markt.

Belangrijker dan de Mietpreisbremse zelf is het feit dat het instrument een bestand-bescherming incorporeert. Een zittende huurder is niet alleen tegen prijssprongen beschermd; zij is ook tegen vervanging van haar contract beschermd. In Nederland kent de Wet betaalbare huur dit onderscheid niet. De wet reguleert via een woningwaarderingsstelsel dat op nieuwe contracten van toepassing is. Zittende contracten in het middensegment vallen er niet onder. Het effect is dat verhuurders die een zittend contract willen ombouwen naar een nieuw contract daar geen wettelijke bescherming tegenkomen, en dat de prikkel om huurders te laten doorstromen of de woning aan een eigenaar-bewoner te verkopen daarmee structureel wordt verzwaard.

Het tweede Duitse element is de eigendomsstructuur zelf. Van de circa 25 miljoen Duitse huurwoningen is ongeveer negen procent in eigendom van Wohnungsgenossenschaften, ruim 2,2 miljoen woningen verdeeld over circa tweeduizend coöperaties.⁸ Kommunale Wohnungsunternehmen houden tien tot elf procent in handen. Private Wohnungsunternehmen, waaronder Vonovia, LEG, TAG en Adler, beslaan veertien tot vijftien procent, waarvan Vonovia en de overgenomen Deutsche Wohnen samen ongeveer 540.000 wooneenheden vertegenwoordigen na de mega-overname van 19,1 miljard euro in 2021.⁹ Privatpersonen bezitten ongeveer vierenzestig procent. De Nederlandse vergelijking is moeilijk: in Nederland houden woningcorporaties achtentwintig procent van de voorraad, maar in een sociaal segment dat door de Woningwet en het Daeb-regime grotendeels van het middensegment is afgesneden. Een Duitse coöperatie bedient juist het middensegment dat in Nederland aan de markt is overgelaten.

Het effect is dat Duitsland in twee dimensies een buffer heeft die in Nederland ontbreekt: bestand-bescherming binnen de wet, en een coöperatief eigendomssegment buiten zowel de markt als het sociale stelsel. Ook in Duitsland verdwijnt particulier kleinverhuurderschap, ook daar groeien Vonovia en LEG, ook daar werken Spekulationssteuer-arrangementen asymmetrisch tussen particulieren en Kapitalgesellschaften. Maar de uitstroom landt in een sector die nog negen procent coöperatief is, niet in een sector waar institutionele partijen het hele middensegment opnemen.

Frankrijk: SAFER en de Loi Sempastous

Frankrijk regelt grondeigendom via SAFER, Sociétés d’Aménagement Foncier et d’Établissement Rural. Notarissen zijn verplicht voorgenomen verkopen van landbouwgrond aan SAFER te melden. SAFER kan een preëmptierecht uitoefenen, in welk geval de grond tegen een rétrocession-prijs wordt herverdeeld onder partijen die aan de territoriale en agrarische doelstellingen voldoen. In 2023 ontvingen de regionale SAFERs 393.800 vooraankondigingen en oefenden zij in 3.750 gevallen, ongeveer één procent, formeel hun recht uit.¹⁰ In ruim de helft daarvan trok de oorspronkelijke verkoper zich terug.

Het cijfer van één procent is misleidend. Het werkelijke effect van SAFER zit in het dreigingseffect: het voornemen om over te gaan tot een transactie die SAFER zou afkeuren, wordt zelden gerealiseerd, omdat de transactie dan langs de SAFER-route moet en de uitkomst onzeker wordt. SAFER reguleert daarmee feitelijk twaalf tot veertien procent van transacties en ongeveer twintig procent van het aantal hectaren via rétrocessies en informele bemiddeling. Het instrument is geen wonderinstrument. De Cour des comptes constateerde in 2014 en 2020 dat zestig procent van rétrocessies via opérations de substitution verloopt, waarbij SAFER feitelijk als makelaar optreedt. Niettemin: het instrument bestaat.

Aan SAFER werd in maart 2023 de Loi Sempastous toegevoegd, die controle-overgangen in landbouwvennootschappen boven anderhalf tot drie keer de regionale gemiddelde Surface Agricole Utile aan een autorisation préalable onderwerpt.¹¹ Dit instrument adresseerde een blinde vlek die SAFER niet dekte: de overdracht van aandelen in een vennootschap die de grond in eigendom heeft. In het eerste jaar van toepassing in Bretagne leidde de wet tot achtendertig verplichte autorisaties op 551 declaraties, met tien negatieve adviezen. Bescheiden cijfers, maar ook hier werkt het dreigingseffect. Tussen 2010 en 2020 verdween in Frankrijk 100.000 landbouwbedrijven, en de gemiddelde bedrijfsgrootte steeg van 55 naar 69 hectare. Het aandeel SAU bewerkt door sociétés financiarisées verdubbelde tussen 2000 en 2020 van zeven naar veertien procent. Niemand betoogt dat SAFER en Sempastous deze beweging hebben gestopt. Wat zij wel deden, is haar onder een vorm van publieke toetsing brengen.

In Nederland kent de Wet voorkeursrecht gemeenten een verre verwant van het preëmptierecht, maar uitsluitend voor ruimtelijk aangewezen ontwikkelingsgebieden, niet als instrument voor sectorale eigendomsbinding in de landbouw. Het SAFER-equivalent ontbreekt dus voor de Nederlandse landbouwgrond. De stikstofuitkoopregelingen Lbv en Lbv-plus voeren wel een actieve grondoverdracht uit, maar zonder een toetsende instantie die de cumulatieve uitkomst op eigendomsstructuur weegt.

Denemarken: de ydernummer-concessie en apoteksloven

Denemarken verbindt eigendom in de eerstelijnszorg aan beroepsuitoefening via twee constructies. De eerste is het ydernummer-systeem in almen praksis. Sundhedsloven paragraaf 227 en 228 bepalen dat huisartsenzorg-capaciteit een door de regio toegekende concessie is. De Landsoverenskomst om Almen Praksis tussen PLO en RLTN bepaalt vervolgens dat de eigenaar van een ydernummer zelf hoofdberuflich in de kliniek moet werken.¹² Dit sluit passieve investeerders uit zonder een formeel verbod. Een ydernummer is geen verhandelbaar economisch goed; het is een toelating die aan een uitoefenende arts is gekoppeld. In mei 2025 trok Region Nordjylland een ydernummer in bij een arts die proforma een collega had aangesteld, daarmee bevestigend dat het systeem ook handhaafbaar is.

De tweede is apoteksloven. Apotheekeigendom is beperkt tot bevoegde apothekers met maximaal één hoofdapotheek plus zeven filialen binnen 75 kilometer.¹³ Denemarken is met Spanje en Duitsland één van de drie EU-lidstaten die deze beperking handhaaft. Het resultaat is dat private equity in de Deense huisartsenzorg en retail-pharmacy effectief nul procent bezit. In de tandheelkunde, waar deze beperking niet bestaat, brak Impilo wel door met de overname van tandlægen.dk, tweeënvijftig klinieken. Het Deense model is dus geen sectorbreed verbod maar een gerichte regulering die werkt waar zij verankerd is, en niet werkt waar zij ontbreekt.

In Nederland is de NZa-toets op zorgconcentraties pas van toepassing bij organisaties met meer dan vijftig zorgverleners. Onder die drempel kunnen overnames plaatsvinden zonder zorgspecifieke toetsing. De Wibz, ingediend bij de Tweede Kamer op 29 januari 2025, beoogt deze ruimte deels te dichten via een winstuitkeringsverbod.¹⁴ Het voorstel kent echter expliciete uitzonderingen voor huisartsen, fysiotherapeuten en tandartsen via Algemene Maatregel van Bestuur, precies de subsectoren waar private equity het meest actief is. Tien aangenomen Kamermoties tussen 2023 en 2025 vroegen om verschillende vormen van uitsluiting; geen daarvan is sinds aanname omgezet in werkende regelgeving.

Het Verenigd Koninkrijk: de tegencase

Het Verenigd Koninkrijk levert het tegenbeeld dat Nederland nu nadert. APMS-contracten openden vanaf 2004 huisartsenzorg voor commerciële bidders. AT Medics, met circa zestig praktijken en 640.000 patiënten, ging in februari 2021 over naar Operose Health, een dochter van Centene; in december 2023 werd deze portfolio doorverkocht aan HCRG en Twenty20 Capital voor 51,2 miljoen pond.¹⁵ Drie eigenaren in vier jaar voor ongeveer zestig praktijken. In care homes voor ouderen is 12,6 procent van for-profit beds in private-equityhanden. In oktober 2025 kocht Welltower in één deal Barchester voor 5,2 miljard pond en HC-One voor 1,2 miljard pond, samen 6,4 miljard pond, momenteel onder onderzoek van de Competition and Markets Authority.¹⁶

De empirie laat zien wat het Nederlandse pad oplevert wanneer het zonder correctie wordt voortgezet. Goodair en Reeves publiceerden in Lancet Public Health in 2022 en 2024 onderzoek dat outsourcing aan private aanbieders koppelt aan hogere vermijdbare sterfte in Engeland tussen 2013 en 2020.¹⁷ De CMA Children’s Social Care Market Study van maart 2022 documenteerde operating profits van 45.000 pond per kind per jaar in residentiële kinderzorg met private-equityeigendom van ongeveer drieëntwintig procent in fostering. Het Build-to-Rent-segment groeide van minder dan dertigduizend units in 2015 naar 139.000 voltooide en 293.096 in pipeline in het derde kwartaal van 2025, gedomineerd door Greystar, Quintain (Lone Star), Get Living en Legal & General.

De vergelijking tussen de vier landen levert een tabel die de Nederlandse positie scherp afzet:

IndicatorDuitslandFrankrijkDenemarkenVerenigd KoninkrijkNederland
Reguleringsinstrument eigendomMietpreisbremse + Bestand-beschermingSAFER + SempastousYdernummer + apotekslovenGeenGeen analoog
Coöperatief of concessieaandeel9% Genossenschaften (2,2 mln)n.v.t.100% almen praksisn.v.t.28% corporaties (sociaal alleen)
PE in eerstelijn huisartsenn.v.t.n.v.t.~0%~1% (60 van 6.658)~2-3% (116 van 4.847)
Mega-deal indicator 2021-2025Vonovia-DW €19,1 mrdHongyang Indre 1.700 han.v.t.Welltower £6,4 mrdKKR-Roompot ~€1,1 mrd

§ 04 · Zeven sectoren, één afwezig instrument

De doorwerking op de Nederlandse eigendomsstructuur voltrekt zich in zeven sectoren waarin het regulatoire vacuüm uit paragraaf drie zichtbaar wordt.

Woningmarkt

Het meest gedocumenteerde proces. Tussen begin 2024 en begin 2026 daalde het particuliere beleggersbezit van 320.000 naar 276.000 woningen.¹⁸ Bij bedrijfsmatige beleggers groeide het bezit met 28.000 woningen, vooral via institutionele nieuwbouw in de orde van 10.500 per jaar. Verkopen door investeerders bedroegen in 2025 ongeveer 65.000 woningen, in 2024 ongeveer 53.275; het netto saldo lag op respectievelijk min 38.000 en min 29.300. Het laatste kwartaal van 2025 leverde een record van 18.075 verkopen op. Het aandeel particuliere beleggers in de totale voorraad daalde van 9,4 procent in 2023 naar 9,1 procent eind 2025.

De directe aanleidingen zijn bekend en cumulatief. Box 3 steeg van dertig procent in 2020 naar zesendertig procent in 2024. Het forfaitaire rendement op overige beleggingen passeerde de zes procent. De leegwaarderatio voor verhuurde woningen werd verhoogd. De overdrachtsbelasting voor beleggers werd van twee naar 10,4 procent gebracht. De Wet betaalbare huur reguleerde per medio 2024 het middensegment. De Wet vaste huurcontracten verbood tijdelijke contracten als hoofdregel. De Box 3-tegenbewijsregeling werd na het Hoge Raad-arrest van 6 juni 2024 in juli 2025 gecodificeerd, waarmee het in de praktijk meestal onmogelijk wordt voor woningverhuurders om tegenbewijs te leveren omdat de reguliere en wettelijk verplichte vastgoedexploitatiekosten van het tegenbewijs zijn uitgesloten.¹⁹ De financieringslasten stegen mee met de marktrente. Elk afzonderlijk verdedigbaar; cumulatief verzwarend; en asymmetrisch in hun werking.

Het beoogde effect, betaalbaarheid voor huurders en doorstroming voor starters, materialiseert zich gedeeltelijk en op de korte termijn. De prijs voor koopstarters die een ex-huurwoning bemachtigen ligt aanzienlijk lager. Tegelijkertijd krimpt het aanbod van middenhuur, stijgen de huren in nieuwe contracten in de vrije sector en wijst DNB op een structureel tekort aan betaalbare huurwoningen voor starters en middeninkomens.

Recreatievastgoed

De recreatieve eigendomsmarkt vertoont in compactere vorm hetzelfde patroon als de woningmarkt, maar dan tien jaar eerder en sneller. Van de circa 140.000 vakantiehuizen op 4.700 parken is naar schatting vierenzestig procent nog particulier eigendom, maar de top-vijf ketens controleren grote parken die tezamen tweeënzestig procent van de voorraad accommodatie omvatten.²⁰ EuroParcs groeide tussen 2019 en 2024 van achttien naar zestig parken; sinds 1 november 2024 is Waterland Private Equity voor honderd procent eigenaar, met circa tweehonderd miljoen euro schuld bij Ares, Rabobank en ABN AMRO. KKR kocht Roompot in 2020 voor ongeveer 1,1 miljard euro en fuseerde dit in 2023-2024 met Landal, na een ACM-remedie waarbij dertig parken naar Dormio Group gingen. Center Parcs werkt onder een gefragmenteerde eigendomsstructuur waarin Pierre & Vacances opereert maar Blackstone, Aroundtown en Atream het vastgoed bezitten. De top-vijf private-equityeigenaren controleren ten minste dertig tot veertig procent van accommodaties ondanks slechts vijf tot zeven procent van het aantal parken.

Wat in deze sector aan de oppervlakte komt, is de operationele praktijk rondom particulier eigendom. Het Kaatsheuvel-vonnis van 2024 vernietigde een overeenkomst van 205.000 euro tussen EuroParcs en een individuele koper wegens oneerlijke handelspraktijk; ongeveer achthonderd vergelijkbare gevallen zijn gemeld. Artikel tien van de RECRON-voorwaarden 2016 maakt opzegging van jaarplaatsen mogelijk bij ingrijpende herstructurering. Dwangsommen voor permanente bewoning zijn opgelegd op grote schaal, en in april 2025 werd Peter Gillis veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf in een zaak waarin de praktijken van een grote particuliere parkeigenaar werden ontleed. Tegelijk bevat het hoofdlijnenakkoord-Schoof een gedoogconstructie voor permanente bewoning van recreatiewoningen, een directe tegenstrijdigheid met regionale Vitale Vakantieparken-programma’s op de Veluwe, in Drenthe en Overijssel.

Mondzorg

In de Nederlandse mondzorg is het patroon het meest geavanceerd. Drie private-equitypartijen controleren samen het zwaartepunt van de ketenpraktijken in de mondzorg: Nordic Capital met ongeveer 169 praktijken via European Dental Group en Fresh Tandartsen, Jacobs Holding met ongeveer 129 via Curaeos, en Bencis en Gilde via Dental Clinics en aanverwante portfolio’s.²¹ Het PE-aandeel in de mondzorg-omzet beweegt zich tussen negentien en zesentwintig procent; bij overnames in deze sector lag het PE-aandeel in 2022 op zesenveertig procent, gestegen vanaf negenentwintig procent in 2019. Een kleine tandartspraktijk zet jaarlijks ongeveer 250 euro om per patiënt; bij een keten ligt dat op 350 euro. Het verschil komt niet van betere zorg maar van een andere bedrijfsmatige aansturing waarin het verzilveren van behandelmogelijkheden zwaarder weegt dan de inhoudelijke afweging tot afzien.

Fysiotherapie

In de fysiotherapie voltrekt zich op dit moment een vergelijkbare consolidatie. De fusie tussen TopzorgGroep en FysioHolland in december 2024 onder Capital A creëerde een marktleider; Gate Invest en HC Partners zijn de andere actieve consolidators.²² Het gedetailleerde marktaandeel is niet centraal geregistreerd, omdat de NZa-toets pas vanaf vijftig zorgverleners van toepassing is en de fysiotherapie-sector versnipperd genoeg is om grote delen van overnames onder die drempel te houden. Wat zichtbaar is, is dat tariefdruk in de Zvw, administratieve last en kwaliteitseisen IGJ samen voor de zelfstandige fysiotherapeut een verzwaring opleveren die voor een keten-gefinancierde praktijk relatief draagbaar is.

Kraamzorg

Capital A’s overname van Regiozorg en Kraamzus in juli 2024 markeerde de doorbraak van private equity in de kraamzorg. Het PE-aandeel in deze sector wordt momenteel geschat op twintig tot vijfentwintig procent van de Zvw-stroom. De sector kent dezelfde structurele kenmerken als de andere consoliderende eerstelijnssectoren: tariefdruk, schaalvoordelen voor partijen die compliance over een grote portefeuille kunnen uitsmeren, en geen instrument dat eigendom aan beroepsuitoefening bindt.

Kinderopvang

In de kinderopvang zijn drie ketens dominant in een sector waar de top-zeventig samen ongeveer drieëntwintig procent van het aanbod controleert: Partou (Waterland Private Equity, sinds 2022), Babilou (Antin) en KidsFoundation. Van het totale aanbod is ongeveer twaalf procent in handen van ketens, hoewel het aandeel in de top-zeventig dus aanzienlijk hoger ligt.²³ Het beleidskader dat dit mogelijk maakt is dezelfde combinatie van administratieve eisen via Personenregister Kinderopvang en Wet IKK, de toeslagensystematiek met haar specifieke risico’s voor kleine aanbieders, en schaalvoordelen op compliance die alleen ketens kunnen realiseren. Het beleid was bedoeld om kwaliteit en kindveiligheid te borgen, niet om eigendomsstructuur te verschuiven.

Huisartsenzorg

In de huisartsenzorg is het volume kleiner. Van de 4.847 huisartsenpraktijken is naar schatting twee tot drie procent in commerciële ketenhanden, met Centric Health (Rothschild) als grootste partij met ongeveer negenenveertig huisartsen.²⁴ Het Co-Med-faillissement van 5 juli 2024 met circa vijftigduizend patiënten bevestigde wat zich al langer aftekende: de combinatie van huisartstekort, demografische uitstroom van praktijkhouders met pensioen, en de financieringskosten van praktijkovername leveren een opening waar consoliderende ketens in stappen. Dat het volume tot dusver beperkt blijft, is geen gevolg van een effectief beleidsinstrument maar van het gegeven dat huisartsenzorg een lager rendement biedt dan mondzorg of kinderopvang, en dat de overheid het Wibz-traject voor huisartsen via AMvB heeft uitgezonderd.

Apotheken

De apothekenmarkt vormt een gedeeltelijke uitzondering die het patroon bevestigt. Het aantal zelfstandige openbare apotheken kromp tussen 2010 en 2024 met tweeëndertig procent.²⁵ PHOENIX Group beheert via BENU ongeveer 360 apotheken; Mosadex beheert via een coöperatieve formule 432 apotheken. Negenentachtig procent van de apotheken werkt onder een keten- of formuleverband. Het aandeel direct private-equityeigendom is beperkt, deels omdat de Geneesmiddelenwet en de Wet BIG eigendom aan de bevoegde apotheker binden in een vorm die op het Deense apoteksloven lijkt, zonder de strikte numerieke begrenzing daarvan. Wat de Nederlandse apothekensector laat zien, is dat targeted eigendomsregulering werkt, ook in een Nederlandse context, mits zij in de wet is verankerd en handhaafbaar is.

§ 05 · Drie scenario’s voor 2045

Wat als de stappen van vandaag zonder fundamentele verandering van architectuur worden voortgezet? Drie modelmatige doorrekeningen voor de Nederlandse woningmarkt, met als vertrekpunt de Kadaster-gegevens per 1 januari 2026 en een voorraadgroei tot ongeveer 9,7 miljoen woningen in 2045.

ScenarioParticulier 2045Institutioneel 2045Aandeel particulier in vrije + middensegmentVerhouding particulier / institutioneel
Lineair (LOW)~50.000~609.0008%0,08
S-curve (MID)~136.000~600.00018%0,23
Beleidscorrectie (HIGH)~245.000~720.00025%0,34
2026 actueel (vergelijking)276.000476.00037%0,58

Het LOW-scenario veronderstelt voortzetting van een netto uitstroom van zestienduizend woningen per jaar uit het particuliere segment, met een natuurlijke vloer rond vijftigduizend; dat is de subset van hoogwaardige woningen die boven de Wet betaalbare huur-grens valt en daarmee buiten het meest knellende deel van de regulering blijft. Het MID-scenario modelleert afvlakking naar nul rond 2045, omdat de minst rendabele woningen eerst worden afgestoten en het taaie deel van de verhuurderspopulatie langer doorzet. Het HIGH-scenario veronderstelt verlaging van de overdrachtsbelasting voor beleggers naar zes procent, een voorspelbare Box 3 met aftrek van werkelijke kosten, en herstel van een volwaardig fbi-regime voor vastgoedfondsen die particuliere kapitaalbundeling toelaten.

In álle drie de scenario’s krimpt het particuliere segment substantieel. In het meest waarschijnlijke pad halveert het tot ongeveer 136.000 woningen. Zelfs in het meest gunstige scenario komt particulier eigendom niet terug op het 2020-niveau van ongeveer 340.000 binnen negentien jaar. De halvering tot achttien procent aandeel in het MID-scenario is functioneel een uitstervingstraject van het familiale middensegment.

Vergelijkbare doorrekeningen voor de andere zes sectoren leveren analoge uitkomsten. In de mondzorg projecteert continuering van de huidige overnamesnelheid een PE-aandeel van zeventig tot vijfenzeventig procent omzet in 2045, met de overige procenten verdeeld tussen niet-PE-ketens en zelfstandige praktijken. In de eerstelijnsfysiotherapie en kraamzorg liggen de eindstand-percentages vermoedelijk tussen vijftig en zestig procent. In de kinderopvang concentreert het beeld zich verder bij drie tot vier dominante ketens. In de recreatiesector eindigt de top-vijf in een driedelige verdeling tussen Capfun, EuroParcs en de Roompot-Landal-combinatie, met Center Parcs als vierde. In de huisartsenzorg is het tempo onzekerst; bij ongewijzigd beleid en doorlopende demografische uitstroom van praktijkhouders ligt de bandbreedte tussen vijftien en vijfendertig procent in commerciële ketenhanden.

Geen van deze projecties is onafwendbaar. Zij beschrijven wat het huidige institutionele ontwerp produceert wanneer het zonder structurele correctie wordt voortgezet. Dat is iets anders dan een prognose. Het is wat een Statecraft-bril op de feiten aflevert.

§ 06 · Wat hieraan onzichtbaar is

In versie 1 van dit paper werd het mechanisme beschreven als een blinde vlek, met een verwijzing naar het eerdere Statecraft-paper Het patroon dat Den Haag niet ziet. Versie 2 maakt het stap zichtbaar dat in versie 1 impliciet bleef. Het patroon dat zich aftekent is niet één van de symptomen van de gedissocieerde organisatie. Het is precies dezelfde structurele conditie, gezien vanaf een andere kant. Aan de binnenkant produceert het apparaat impliciete keuzes als bijproduct van zijn eigen architectuur. Aan de buitenkant landt die productie als een eigendomsverschuiving die niemand heeft gekozen.

Mark Moore’s strategische driehoek geeft hierop een diagnostisch handvat dat in de meeste evaluaties van losstaande dossiers afwezig blijft.²⁶ Op de hoek van publieke waarde geldt dat Nederland in 2026 niet meer beschikt over een gedeelde voorstelling van wat de gewenste eigendomsstructuur in cruciale sectoren is. Het beleid heeft de vraag niet meer gesteld; de markt heeft het antwoord geleverd. Op de hoek van operationele capaciteit geldt dat geen departement het mandaat of het instrumentarium heeft om eigendomsstructuur over sectoren te toetsen. De ACM toetst prijsvorming en mededinging, niet de vraag wie de eigenaar wordt. De NZa toetst zorgconcentraties boven vijftig zorgverleners, niet daaronder. Het CPB modelleert symmetrische actoren. Op de hoek van politieke legitimiteit geldt dat de optelsom buiten elk democratisch verantwoordingsmoment landt, omdat zij geen agendapunt vormt op enig moment in het wetgevingsproces.

De drie hoeken zijn niet één voor één onder druk komen te staan. Zij zijn collectief verschoven. Dat is wat een gedissocieerde institutionele architectuur als externe doorwerking produceert wanneer zij wordt geconfronteerd met sectoren waarin de actoren asymmetrisch zijn en de tijdshorizonten van publiek bestuur en kapitaal divergeren.

De veranderkleuren van De Caluwé en Vermaak helpen om te zien waarom de gangbare correctievormen onderpresteren.²⁷ Een blauwe interventie, het ontwerpen van een nieuw monitoringsysteem of een expert-impact-toets, zal voorspelbaar in de departementale routine worden opgenomen en zijn werking verliezen zodra hij over meerdere departementen tegelijk moet doorwerken. Een rode interventie, het mobiliseren van maatschappelijke verontwaardiging, raakt het moment waarop de uitkomst zichtbaar wordt; tegen die tijd is de verankering een feit. Wat hier nodig is, is een geel-witte combinatie: politieke wil om eigenaarschap van het cumulatieve effect te beleggen, en ruimte voor emergente ontwerprouten die de bestaande departementale structuur niet door één extra coördinatielaag verzwaren maar door een ander principe vervangen.

De Aiki-discipline biedt het persoonlijke complement.²⁸ Wie als bestuurder of senior beleidsadviseur in dit veld werkt, heeft te maken met partijen die op verschillende registers tegelijk opereren: een Texelse eigenaar die emotie en rechtvaardigheid voert, een institutionele belegger die juridische zekerheid en rendementshorizon voert, een departement dat sectorale rationaliteit voert. Forceren in één van die registers werkt zelden. Meebewegen met de energie van elke partij naar een gedeeld coördinatiepunt vereist een bepaalde discipline, en die discipline is geen gespreksvaardigheid maar de wil om een resultaat te bereiken dat verder reikt dan de eigen kolom.

§ 07 · Statecraft-agenda

Wat zou een overheid met statecraft anders doen? Vier handelingsperspectieven, in oplopende volgorde van structureel ingrijpen.

Eerste, een systemische impact-toets met cumulatieve eigendomsweging. Vóór de introductie van fiscaal-regulatoire instrumenten met vermoedelijk effect op eigendomsstructuur, een verplichte interdepartementale toetsing op marktstructuur en eigendomsverdeling. Niet als ex post-evaluatie, maar als ex ante-onderdeel van het wetgevingsproces. Niet sectoraal in de huidige zin, maar over departementen heen, met expliciete verantwoordelijkheid voor het cumulatieve effect bij een coördinerende functie die hiervoor mandaat krijgt. Het Duitse onderscheid tussen Bestand en Neuvermietung is een ontwerpkeuze die in een Nederlands wetgevingsproces gemodelleerd kan worden, mits de toetsende instantie deze categorie hanteert.

Tweede, expliciete eigenaarschapskeuze per sector. Welk type eigenaar wil Nederland in 2045 in deze sector: particulier, coöperatief, institutioneel-met-publiek-mandaat, staat, buitenlands? Maak deze keuze expliciet en democratisch toetsbaar. Het antwoord zal per sector verschillen, en dat is geen probleem. Het probleem is de afwezigheid van de vraag. De Duitse ervaring leert dat een coöperatief segment van negen procent in een huurmarkt voldoende is om als structurele buffer te werken; de Nederlandse situatie waarin de woningcorporatiesector tot het sociale segment is afgesneden, levert die buffer niet voor het middensegment dat aan de markt is overgelaten.

Derde, gerichte eigendomsregulering met ydernummer-logica. De Deense les is niet dat private equity moet worden verboden. Het is dat eigendom in publieke-belang-sectoren aan beroepsuitoefening kan worden gebonden zonder een formeel verbod, mits het instrument scherp is ontworpen. De Nederlandse Geneesmiddelenwet doet dit gedeeltelijk voor apotheken; de Wet BIG biedt aanknopingspunten voor uitbreiding naar mondzorg, fysiotherapie en huisartsenzorg. Een variant op het ydernummer-systeem in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, verbonden aan de NZa-toetsingsdrempel die wordt verlaagd of opgeheven voor publieke-belang-sectoren, levert het instrument waar de Wibz-uitzonderingen het juist ontkennen.

Vierde, symmetrische fiscale behandeling en SAFER-equivalent voor cruciale grondsectoren. Het dichten van arbitrageroutes is geen handhavingstaak maar een ontwerptaak. Box 3-vehikels die particulieren wel raken en buitenlandse private-equityvehikels niet, laten binnen Europees recht ruimte voor symmetrische correctie. Een Nederlandse variant op SAFER voor landbouwgrond en mogelijk voor recreatievastgoed, ondergebracht bij een uitvoeringsorganisatie die onder een vergelijkbaar mandaat opereert als de Franse regionale SAFERs, kan de cumulatieve eigendomsverschuiving onder publieke toetsing brengen zonder een formeel verbod op transacties.

Geen van deze vier ingrepen is wondermiddel. Samen vormen zij een ontwerp waarin de cumulatieve uitkomst eigenaar krijgt, en eigenaarschap van uitkomsten is precies wat de gedissocieerde organisatie als bijproduct heeft afgestoten. De agenda is daarmee niet meer beleid, maar architectuur. En de architectuur die hier wordt voorgesteld, is op alle vier de elementen aanwezig in West-Europese buurlanden.

§ 08 · Positie in de Doorwerking-reeks

Dit paper is het tweede in de Statecraft-reeks Doorwerking. Waar paper 01, De illusie van vol, de doorwerking op de fysieke ruimte in kaart bracht en aantoonde hoe schaarste in Nederland geen fysieke toestand is maar een institutionele beschrijving van pieken in tijd of plaats, behandelt het huidige paper de doorwerking op eigendomsstructuur. De volgende delen werken andere doorwerkingsdomeinen uit. Paper 03 behandelt de rechtsmiddelloze burger en de individuele rechtspositie. Paper 04 behandelt de kostenverschuiving tussen budgethouders die selectief landt op wie het minst tegenkracht kan organiseren. Paper 05 behandelt het verdwijnende sociale weefsel als institutionele uitkomst.

Tussen deze vijf vormen werken de twee handtekeningen-essays in papers 06 en 07, over respectievelijk de blindheid voor bekende toekomst en de tempo-asymmetrie tussen exogene en institutionele tijd. Het syntheseluik in paper 08, De gestolde tijdgeest, brengt de cumulatieve neerslag op samenlevingsniveau bijeen.

Het corpus waarin deze reeks zich plaatst kent vier lagen. Het Handboek De Richting van de Beweging: Interim-Management in de Publieke Sector (manuscript in voorbereiding, 2026) beschrijft de praktijklaag, met in hoofdstuk 9 de transferwaarde-en-borging als primaire KPI van interventies in dit type gefragmenteerde architectuur. Statecraft beschrijft de instituutslaag, waarvan dit paper een uitwerking is. Allemaal Ontheemd beschrijft de menselijke laag van het verlies van geborgenheid en biografische continuïteit. Decline and Revival beschrijft de civilisatorische tijdslaag, met de hedendaagse Nederlandse stagnatie als herhaling van het patroon dat E.J. Potgieter in 1841 als de Jan Salie-mentaliteit benoemde.

De vraag of Nederland de zeven sectoren waarin deze stille onteigening zich voltrekt definitief weggeeft, is een verkeerd geframede vraag. Zij suggereert dat we een bewuste keuze maken. We maken geen keuze. We laten een optelsom van maatregelen een uitkomst produceren die niemand heeft gewild en die bijna niemand meer kan terugdraaien.

De juiste vraag is anders. Niet of we kiezen, maar of we het instrument hebben om te kiezen. Duitsland heeft het. Frankrijk heeft het. Denemarken heeft het. Nederland niet. De stilte van de onteigening ligt niet in het proces. Zij ligt in de afwezigheid van het instrument waarmee men het had kunnen tegenhouden.


§ 09 · Bronnen en noten


Colofon

Over de auteur Jacob Huibers is interim-manager, auteur en adviseur in de Nederlandse publieke sector, met opdrachten in het sociaal domein, het fysiek domein, regionale samenwerkingen en bestuurlijke herstelopgaven bij gemeenten van 50.000 tot 250.000 inwoners. Hij is auteur van De Richting van de Beweging: Interim-Management in de Publieke Sector (manuscript in voorbereiding, 2026) en van het corpus Limbic Literacy, Allemaal Ontheemd en Decline and Revival, alle uitgegeven onder House of Viridian.

Over de reeks Doorwerking is de tweede Statecraft-reeks van House of Viridian. Zij documenteert in vijf vormen, twee handtekeningen en één synthese de externe symptomatologie van de gedissocieerde organisatie zoals gediagnosticeerd in de eerste reeks. De reeks loopt van april 2026 tot in 2027.

Wijzigingen ten opzichte van versie 1 Versie 2 voegt een internationale vergelijking toe voor Duitsland, Frankrijk, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk met geverifieerde cijfers en wettelijke verwijzingen. De doorrekening richting 2045 is gekwantificeerd in drie scenario’s. De zeven sectoren zijn afzonderlijk uitgewerkt met actuele cijfers per eind 2025 en begin 2026. De directe verwijzing naar een individuele observator als aanleiding voor het paper is verwijderd; de aanleiding is hertyped als een gewone Funda-advertentie die als diagnostisch instrument fungeert. Het centrale frame van het paper is verschoven van Het patroon dat Den Haag niet ziet naar de specifiekere stelling dat de Nederlandse uitkomst het gevolg is van een afwezig instrument dat in alle drie de West-Europese vergelijkingslanden wel bestaat.

Uitgever HOUSE OF VIRIDIAN OÜ Tallinn · Lisbon

Contact jacob@statecraft.nl statecraft.nl

Reeks: STATECRAFT SERIES · DOORWERKING Nº 02 Versie · datum: 2.0 · April 2026

© 2026 House of Viridian OÜ


Voetnoten

¹ Voor de cumulatieve fiscale stappen op recreatievastgoed zie de toelichting bij de Box 3-herziening 2023, de BTW-harmonisatie in het Belastingplan 2024 en de WOZ-ontwikkeling per Gemeentelijke Belastingsamenwerking. Het bedrag van ruim achtduizend euro per jaar voor een vakantiewoning in Box 3 is een orde van grootte gebaseerd op een WOZ van circa 350.000 euro met het forfaitair rendement boven 6 procent en het tarief van 36 procent voor 2024.

² Kadaster, Investeerders 4e kwartaal 2025: recordaantal woningen verkocht, februari 2026. Particulier beleggersbezit daalde van 320.000 begin 2024 naar 276.000 begin 2026; bedrijfsmatig segment groeide van 448.000 naar 476.000 in dezelfde periode.

³ Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963 (Box 3-arrest). Hoge Raad 6 juni 2024, tegenbewijsregeling. Codificatie via Wet tegenbewijsregeling box 3, in werking medio 2025.

⁴ Wet betaalbare huur, Stb. 2024, 193; inwerkingtredingsbesluit Stb. 2024, 197; in werking 1 juli 2024. Het woningwaarderingsstelsel voor middenhuur tot en met 186 punten kent een huurgrens van 1.184,82 euro voor 2025; zie Volkshuisvesting Nederland, Wet betaalbare huur.

⁵ SEO Economisch Onderzoek, Effect van regulering op de particuliere huursector, 2025; aanvullend DNB Statistical News januari 2025 en DNB Overzicht Financiële Stabiliteit najaar 2025.

⁶ Kadaster, Investeerders 4e kwartaal 2025, februari 2026; ruim 65.000 verkopen door beleggers in 2025, ongeveer 53.275 in 2024; netto saldi respectievelijk min 38.000 en min 29.300.

⁷ §§ 556d-g BGB (Mietpreisbremse), § 558 BGB (Kappungsgrenze). Voor de verlenging tot 31 december 2029 zie Bundesregierung, Bundeskabinett verlängert Mietpreisbremse, juli 2025. Voor empirische effectschattingen zie DIW Berlin Wochenbericht 2021.

⁸ GdW Bundesverband deutscher Wohnungs- und Immobilienunternehmen, Wohnungswirtschaftliche Daten und Trends 2024-2025; Statista Eigentümerstruktur der Mietwohnungen in Deutschland 2022 op basis van Zensus 2022.

⁹ Vonovia Geschäftsbericht 2024, met een gecombineerd portfolio van 539.753 wooneenheden en een Verkehrswert van 81,9 miljard euro.

¹⁰ SAFER, Rapport d’activité 2023; Cour des comptes, Les Sociétés d’aménagement foncier et d’établissement rural, 2014 en bijgewerkte rapportage 2020. Voor de droit de préemption zie Code rural articles L141-1 tot en met L143-15.

¹¹ Loi n° 2021-1756 du 23 décembre 2021 (Loi Sempastous); uitvoeringsdecreet Décret n° 2022-1515 du 2 décembre 2022; in theorie operationeel per 1 november 2022, in de praktijk vanaf voorjaar 2023 per regio via prefectorale arrest-besluiten over de seuils d’agrandissement significatif. Voor de eerste-jaarscijfers Bretagne zie Réussir Volailles, Comment la loi Sempastous renforce le contrôle sur le foncier, 2024.

¹² Sundhedsloven §§ 227-228; Landsoverenskomst om Almen Praksis tussen PLO en RLTN. Voor de Region Nordjylland-casus mei 2025 zie Medicinsk Tidsskrift, Region Nordjylland tager ydernummer fra praktiserende læge.

¹³ Apoteksloven (Lovbekendtgørelse nr. 1062 af 28. august 2018). Voor de Europese vergelijking zie PMC Integration of and visions for community pharmacy in primary health care in Denmark, 2021.

¹⁴ Wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz), ingediend 29 januari 2025. Raad van State advies 26 juni 2024. Kamerbrief minister VWS 5 maart 2025. Voor de uitzonderingen voor huisartsen, fysiotherapeuten en tandartsen via AMvB zie Houthoff, Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg, 2025.

¹⁵ AT Medics overgang naar Operose Health (Centene) februari 2021; doorverkoop aan HCRG en Twenty20 Capital december 2023 voor 51,2 miljoen pond. Zie NHS for Sale, sectoroverzicht GPs 2024.

¹⁶ Welltower-overname Barchester en HC-One, oktober 2025, totaal 6,4 miljard pond. CMA initial enforcement orders februari 2026; zie Care Home Professional en gov.uk Welltower / multiple care homes merger inquiries.

¹⁷ B. Goodair en A. Reeves, Outsourcing health-care services to the private sector and treatable mortality rates in England, 2013-20, Lancet Public Health 2022; vervolgonderzoek 2024.

¹⁸ Idem aan noot 2; Kadaster Q4 2025-rapportage en de bijbehorende driejaarlijkse trendlijn 2023-2026.

¹⁹ Wet tegenbewijsregeling box 3, codificatie juli 2025; voor de uitwerking dat reguliere vastgoedexploitatiekosten zijn uitgesloten van het tegenbewijs zie Vastgoed Belang, Position paper volkshuisvesting en fiscaliteit, 2025.

²⁰ Provincie Noord-Brabant, Vakantieparken: de cijfers op een rij, 2024; aanvullende cijfers via Wikipedia EuroParcs, Landal Greenparks, Roompot en Center Parcs. Voor de Vitale Vakantieparken-programma’s zie Recreatieschap Drenthe, Vitale Vakantieparken Drenthe.

²¹ Nederlandse Zorgautoriteit, Informatiekaart Concentraties in de zorg 2025; Investors in Healthcare, European Dental Group acquisition reporting 2024-2025; M. de Rijk, Hoe private equity de zorg opkoopt, 2023.

²² M&A TopzorgGroep op de bres voor private equity in de zorg, december 2024; Skipr sectoroverzichten zorgovernames 2024-2025.

²³ Onex naar Waterland Private Equity overname Partou 2022; sectoroverzicht via De Groene Amsterdammer, Kinderen als markt: Private equity kaapt de kinderopvang, 2024.

²⁴ Nivel, Organisatievormen in de Nederlandse huisartsenzorg: van solopraktijk naar keten, december 2023; aanvullend Algemene Bestuursdienst, Co-Med: Verslag van een lerende evaluatie, 28 augustus 2025.

²⁵ Stichting Farmaceutische Kengetallen, Aantal openbare apotheken neemt verder af, 2025; Apothekersnieuws, 32 procent minder zelfstandige openbare apotheken, 2024.

²⁶ M.H. Moore, Creating Public Value: Strategic Management in Government, Harvard University Press, 1995. Voor de uitwerking in het Statecraft-corpus zie J. Huibers, Statecraft in het Interregnum, april 2026, Statecraft Series Nº 04.

²⁷ L. de Caluwé en H. Vermaak, Leren Veranderen: Een handboek voor de veranderkundige, derde geheel herziene editie, Vakmedianet, 2019. Eerste editie Samsom, 1999.

²⁸ De Aiki-methode is uitgewerkt in J. Huibers, De Richting van de Beweging: Interim-Management in de Publieke Sector, hoofdstuk 11; in samenhang met de strategische driehoek hoofdstuk 3, in samenhang met de borging als primaire KPI hoofdstuk 9.