Statecraft

28 september 2026 · methode

De gave des onderscheids

Prudentia als het begrip dat Statecraft nog miste

door Jacob Huibers · Read in English →

I. Een woord dat ontbrak

De synthese van Reeks I benoemde wat de gedissocieerde organisatie is kwijtgeraakt als inhoudelijk gewicht.1 In een eerder essay noemde ik het het discriminerende oog: het vermogen om onderscheid te maken dat verdwijnt zodra een cultuur ophoudt onderscheid te maken.2 Beide formuleringen cirkelen om een vermogen zonder het bij zijn naam te noemen. Op 17 december 2025 deden Beatrice de Graaf en Rik Peels dat wel, in de aflevering van hun NRC-reeks over politieke deugden die aan prudentia is gewijd, de laatste van de vier kardinale deugden die zij bespreken. Hun vertaling is de beste die ik ken: de gave des onderscheids.3

Hun doelwit is de talkshow. Het politieke debat beoordeelt politici op slim en handig: de goede spin, de gevatte kwinkslag, de tegenstander schaakmat gezet. De Graaf en Peels stellen de vraag die in dat vocabulaire niet kan worden gesteld: is iets dat slim of handig is daarmee ook wijs? Hun antwoord, via Thomas van Aquino, is dat prudentia niet gaat over hoe gewiekst iemand is, maar over waar de slimheid op gericht is. Augustinus had het acht eeuwen eerder al scherper gezegd: verstandigheid is de liefde die met schranderheid datgene uitkiest waardoor zij bevorderd wordt boven datgene waardoor zij belemmerd wordt.4 Hun toets volgt daaruit: een politieke spin die een doel dient waaruit werkelijke zorg voor de hele gemeenschap blijkt, was een goede spin. Het stikstofrapport van Johan Remkes uit 2022, Wat wel kan, met zijn harde keuzes en zijn breed gedragen besef dat de aanbevelingen de gemeenschap dienden, is hun voorbeeld.5

Prudentia is, anders dan de naam doet vermoeden, geen voorzichtigheid. Het is het vermogen om in een concrete situatie, op een bepaald moment, op een specifieke plaats, onder unieke omstandigheden, te onderscheiden wat goed handelen is. Het is de deugd die de andere deugden toepasbaar maakt: zij vindt het midden tussen lafheid en roekeloosheid, tussen cynisme en goedgelovigheid. De scholastici noemden dat het midden van de rede. Voor Statecraft is dit het begrip dat nog ontbrak, omdat het precies benoemt wat een organisatie kan verliezen terwijl al haar onderdelen intact blijven.

II. Acht delen, één vermogen

Thomas van Aquino bouwt de deugd op uit acht integrerende delen: memoria, intellectus, docilitas, solertia, ratio, providentia, circumspectio en cautio.6 De Graaf en Peels noemen er vier. Voor Statecraft is de volledige lijst een instrument, omdat elk deel een institutioneel adres heeft, en omdat de reeksen van elk deel het verlies hebben gedocumenteerd zonder te weten dat zij één deugd in stukken beschreven.

Memoria, het accurate geheugen van wat eerder is gebeurd. Het adres is het institutioneel geheugen, en Reeks I Nº 06 beschreef hoe dat geheugen bij vier directeuren-generaal in tien jaar en vijf gemeentesecretarissen in zeven jaar niet meer in de organisatie woont maar in de markt, tot en met de landsadvocaat die volgens de commissie-Silvis een institutioneel geheugen beheert dat de Staat zelf niet meer onderhoudt.7

Docilitas, het vermogen om de kennis van anderen serieus te nemen. Het adres is het advies, en De gedissocieerde wetgever telde de zware dicta van de Raad van State die tussen 2022 en 2025 werden uitgesproken, gepubliceerd en zonder aanpassing genegeerd. Een instituut dat adviezen vraagt en niet opvolgt, heeft de vorm van docilitas bewaard en de deugd verloren.

Providentia, het voorzien van de gevolgen van een handeling. Het adres is de uitvoeringstoets, en de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties stelde in 2021 vast dat moties en amendementen daar structureel niet op worden getoetst.8

Circumspectio, de aandacht voor de concrete omstandigheden van het geval. Het adres is de individuele toetsing, en Het advies dat niet werd geschreven liet zien hoe een generieke beleidslijn de plaats inneemt van de beoordeling van het geval, in het asielbeleid zoals eerder in de toeslagen.9

Cautio, het weten wat er mis kan gaan. Het adres is de oefening, en de rijksdienst oefent haar crises in sessies van twee uur waarna iedereen met een goed gevoel naar huis gaat.10

Solertia, het snel en juist inschatten van een situatie. Het adres is de eerste week van elke interim-opdracht, en van elke nieuwe bestuurder die zijn organisatie nog niet kent.

Ratio en intellectus, het redeneren vanuit een beginsel en het vatten van het beginsel zelf. Het adres is de wet die haar eigen doel nog kent, en de verweesd-reeks beschreef de wet die dat niet meer doet.11

Wat deze lijst zichtbaar maakt, is dat een organisatie één deel kan verliezen en het ritueel van het geheel kan bewaren. Het advies wordt nog gevraagd, de toets wordt nog genoemd, de oefening wordt nog gehouden, het geheugen is ingehuurd. Dat is precies wat dissociatie in Reeks I betekent: de delen bestaan, de koppeling is weg. Prudentia is de naam van de koppeling. Het is niet een negende deel naast de acht; het is wat de acht tot één vermogen maakt, en het is wat verdwijnt zonder dat een van de acht zichtbaar ontbreekt.

III. Waarom dit geen moraal is

De verleiding is om hier een moreel appel van te maken: politici moeten prudenter worden, ambtenaren wijzer. De Graaf en Peels richten zich op de talkshow en de podcast, en dat is hun terrein. Statecraft richt zich op de architectuur die produceert wat de talkshow beloont.

In een persoon is een deugd een karaktereigenschap. In een instituut is een deugd een set posities die de delen dragen, en een set regels die aan die posities gevolg geven. Wie herinnert zich, en blijft lang genoeg om het te kunnen? Wie adviseert, en moet er op zijn advies worden geantwoord? Wie voorziet de gevolgen, en kan hij de stemming tegenhouden tot dat is gebeurd? Wie mag nee zeggen? De gedissocieerde organisatie heeft de posities en niet het gevolg. Het Kamerlid dat zegt dat iets niet mag van de wet, is niet onprudent als persoon; hij is geproduceerd als woordvoerder door een architectuur die de delen van prudentia niet meer bij elkaar brengt.7 Een moreel appel aan hem verandert de architectuur niet.

Dat is ook waarom de twee voorbeelden van De Graaf en Peels zo goed gekozen zijn. Dat Britse parlementaire rapporten de bankensector na 2008 een gebrek aan prudence verweten, gaat niet over de intelligentie van bankiers; het gaat over een sector waarin de delen van het oordeel, geheugen, voorzien, weten wat mis kan gaan, institutioneel waren losgekoppeld van de beslissing. En dat Zuid-Afrika in de jaren negentig voor waarheids- en verzoeningscommissies koos in plaats van voor tribunalen, was geen persoonlijke deugd van één leider. Het was een ontwerp dat de concrete omstandigheden van het geval boven het beginsel van de vergelding stelde. Prudentia in een instituut is een ontwerpkeuze.

IV. Wat niet werkt

De standaardreflex op elk tekort aan oordeel is meer regel: integriteitscodes, deugdentrainingen voor ambtenaren, een toets op zorgvuldigheid in het wetgevingsproces. Toegepast op prudentia is die reflex zelfverslaand, om twee redenen.

De eerste is dat de deugd precies daar nodig is waar de regel niet beslist. Aristoteles wist al dat het bijzondere niet in het algemene is vervat; prudentia is het vermogen om te handelen waar de regel zwijgt of dwaalt. Een organisatie die op elk tekort aan oordeel een regel zet, vergroot het domein waarin oordeel nodig is en verkleint het aantal mensen dat het nog mag uitoefenen.

De tweede is dat een deugd niet kan worden geauditeerd. Michael Power beschreef hoe de audit society elk vermogen vervangt door de verantwoording over dat vermogen.12 Een prudentiatoets zou binnen een jaar prudentiarapportages opleveren, en die rapportages zouden de performatieve volwassenheid zijn die Reeks I Nº 08 beschreef: de organisatie laat zien dat zij oordeelt, in plaats van te oordelen. Het auditeren van oordeel is zelf de vervanging van inhoud door vorm.

V. Drie ontwerpkeuzes

Wat wel kan, is de posities beschermen die de delen dragen en het gevolg herstellen dat hen tot één vermogen maakt. Drie keuzes, op zichzelf niet nieuw, die elk een deel van de deugd een adres teruggeven.

De eerste betreft memoria: zittingstermijnen en een leermeester-gezel-architectuur boven afdelingsniveau, zoals in Nº 06 uitgewerkt, zodat het geheugen weer in de organisatie woont en niet in de inhuurmarkt. Een organisatie die haar geheugen huurt, kan niet onderscheiden wat zij al eerder heeft gezien.

De tweede betreft docilitas: gevolg voor advies. De hoorzitting met de Afdeling advisering bij elk zwaar dictum, vóór de eerste termijn, maakt van het advies iets waarop moet worden geantwoord. Docilitas is geen gehoorzaamheid; het is de plicht om te laten zien dat men heeft geluisterd.

De derde betreft circumspectio en cautio: het oefenregime uit de verweesd-reeks, de werkvorm waarin het concrete geval terugkeert op de tafel die de regel maakte, en de oefening die pas eindigt als er iets is gevonden.13 Het oordeel blijft in gebruik; wat in gebruik blijft, slijt niet.

De ontwerpregel onder alle drie is dezelfde. De menselijke neiging om zich te verschuilen achter de regel wordt niet ontkend en niet geforceerd, maar omgeleid via een ontwerp waarin oordelen meer loont dan naleven. Dat is geen oproep tot moed. Het is een verandering van wat in de organisatie wordt beloond.

VI. De open vraag

Kan prudentia worden ontworpen, of alleen geselecteerd? Augustinus’ definitie bevat twee delen: liefde en schranderheid. De schranderheid laat zich organiseren, in posities, termijnen en gevolg. De liefde, de zorg voor de gemeenschap als geheel die de spin van Remkes tot een goede spin maakte, laat zich niet organiseren. Een staat kan niet liefhebben. Hij kan alleen ruimte laten voor mensen die het doen, en ophouden hen te straffen.

Wat ik vermoed, en niet kan bewijzen, is dat de gedissocieerde organisatie geen tekort heeft aan prudente mensen. Zij heeft hen weggeselecteerd uit de posities waar de delen van het oordeel samenkomen, omdat wie te veel weet onhanteerbaar wordt, en zij heeft hen teruggevonden in de inhuurmarkt, waar zij hun oordeel per opdracht verkopen aan de organisatie die hen niet kon houden.14 De open vraag is niet of de gave des onderscheids bestaat. Zij bestaat. De vraag is of een instituut opnieuw kan leren haar te bewaren.


Colofon

“De gave des onderscheids” is een Statecraft-methode-paper in het verlengde van Reeks I (Gedissocieerde organisaties) en de verweesd-reeks. Aanleiding is de reeks over politieke deugden van Beatrice de Graaf en Rik Peels in NRC (november 2025 en verder). Het begrip prudentia wordt hier niet als moreel appel maar als analytisch instrument ingezet: de naam van de koppeling tussen de delen van het oordeel die de gedissocieerde organisatie is kwijtgeraakt.

Reactie en tegenspraak via Statecraft.nl.


Jacob Huibers is interim-manager met ruim twintig jaar ervaring in de Nederlandse publieke sector. Hij werkte als clustermanager, clusterdirecteur en kwartiermaker bij gemeenten van vijftigduizend tot ruim tweehonderdduizend inwoners en bij regionale samenwerkingsverbanden in het sociaal en fysiek domein. Statecraft is zijn platform voor strategische reflectie op publieke uitvoering, pijler IV van House of Viridian.

Footnotes

  1. Statecraft, Reeks I Nº 09, Synthese: het herstel van inhoudelijk gewicht, 20 april 2026. ↩

  2. Jacob Huibers, Het discriminerende oog: over wat verloren gaat wanneer een cultuur ophoudt onderscheid te maken, Nourishment (House of Viridian), 28 april 2026, nourishment.houseofviridian.org/het-discriminerende-oog. ↩

  3. Beatrice de Graaf en Rik Peels, Nieuwe politiek is niet slim en handig, maar prudent, NRC, 17 december 2025; eerder in dezelfde reeks: Met gematigdheid trekken we het politieke debat uit de puberteit, NRC, 7 november 2025. ↩

  4. Augustinus, De moribus ecclesiae catholicae I, 15, 25; Thomas van Aquino, Summa Theologiae II-II, q. 47, a. 1-5. ↩

  5. Johan Remkes, Wat wel kan. Uit de impasse en een aanzet voor perspectief, 5 oktober 2022. ↩

  6. Thomas van Aquino, Summa Theologiae II-II, q. 49, a. 1-8. ↩

  7. Statecraft, Reeks I Nº 06, De reproductie naar binnen, 30 maart 2026; De gedissocieerde wetgever, 5 mei 2026, paragraaf V. ↩ ↩2

  8. Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties, Klem tussen balie en beleid, Kamerstuk 35387, nr. 2, 2021. ↩

  9. Statecraft, Het advies dat niet werd geschreven, 12 mei 2026. ↩

  10. Ot van Daalen, Voorbereid. Zo zien de grootste Nederlandse rampscenario’s eruit, POM.press 2025; Marjolein van Trigt, interview met Ot van Daalen, Binnenlands Bestuur, week 49, 2025. ↩

  11. Statecraft, Verweesd ontwerp, De lege wet, 26 juli 2026. ↩

  12. Michael Power, The Audit Society: Rituals of Verification, Oxford University Press 1997; Statecraft, Reeks I Nº 08, De performatieve volwassenheid, 13 april 2026. ↩

  13. Statecraft, Verweesd ontwerp Nº 05, Oefenregime, 26 juli 2026. ↩

  14. Statecraft, Toegift, De zondagavond, 29 april 2026, paragraaf 02. ↩