26 juli 2026 · analyse
De ondergrens als bovengrens
Hoe een Straatsburgse staatsplicht het ouderlijk keuzerecht is gaan begrenzen
Statecraft-analyse · vervolg op “De marginale toets” · Jacob Huibers
§ 01 · Aanleiding
Onderwijsjurist Joke Sperling stelde in NRC van 12 juni vast dat het arrest van de Hoge Raad van 21 april 2026 het ouderlijk keuzerecht inhoudelijk heeft veranderd: van een recht op onderwijs dat de overtuiging van de ouders actief ondersteunt, naar een recht op onderwijs dat die overtuiging objectief, kritisch en pluralistisch behandelt.1 Zij noemt dat een uitholling en waarschuwt dat de redenering zich laat doortrekken naar artikel 23 van de Grondwet zelf.
Die observatie is juist en zij vult een leemte in de eerdere analyse. De marginale toets beschreef wat de keten deed nadat de wetgever had verzuimd. Wat het stuk niet uitwerkte, is waar de nieuwe maatstaf vandaan komt en wat de herkomst ervan verklaart. Dat is geen detail. Het is het mechanisme.
§ 02 · De herkomst van de maatstaf
De formule objectief, kritisch en pluralistisch is geen Nederlandse vinding en zij stamt niet uit de Leerplichtwet. Zij komt uit Kjeldsen, Busk Madsen en Pedersen tegen Denemarken, waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 1976 vaststelde dat de staat kennis in het openbaar onderwijs op objectieve, kritische en pluralistische wijze moet overdragen en zich van indoctrinatie moet onthouden.2 De formule beschrijft een verplichting van de staat. Zij is geformuleerd als bescherming van ouders, niet als grens aan hun recht. Het is een vloer onder overheidshandelen.
De Hoge Raad neemt die vloer over en geeft haar een tweede functie. Een beroep op de vrijstelling van artikel 5, aanhef en onder b, van de Leerplichtwet slaagt ten aanzien van het openbaar onderwijs voortaan alleen nog wanneer de ouder aantoont dat het onderwijs op alle openbare scholen binnen redelijke afstand níét op die manier plaatsvindt.3 Daarmee is de norm die de staat aan zichzelf moet opleggen, de norm geworden waaraan het bezwaar van de burger wordt afgemeten. Zolang de overheid haar eigen minimum haalt, kan het bezwaar niet meer slagen. De ondergrens is de bovengrens geworden.
Er wordt in hetzelfde arrest een tweede keuze gemaakt die evenmin in de Nederlandse wet staat. Artikel 2 van het Eerste Protocol bij het EVRM bevat twee volzinnen: het recht op onderwijs, en de eerbiediging van het recht van ouders zich te verzekeren van onderwijs dat overeenstemt met hun overtuiging. De Hoge Raad merkt de eerste volzin aan als leidend en leidt daaruit een positieve verplichting af tot actief, zo nodig strafrechtelijk, handhaven.4 Beide volzinnen staan in hetzelfde artikel. De rangorde is rechterlijk werk, tot stand gekomen in een strafzaak over één gezin dat zijn dochter volgens de Tasawwuf opvoedt.
Dit is normmigratie in haar zuiverste vorm: een norm die voor het ene doel is gesteld, wordt in een latere kolom gelezen als gegeven feit en krijgt daar een andere functie. Niemand heeft die overdracht besloten. Er is geen instantie die haar heeft getoetst. Zij is er, en zij werkt.
§ 03 · Doorwerking als beschikbaarheid
Sperling vraagt wie garandeert dat het argument dat neutraal onderwijs volstaat, later niet wordt gebruikt om de bijzondere school zelf ter discussie te stellen, bijvoorbeeld bij bekostiging van een nieuwe school van een bepaalde overtuiging. Zij plaatst die vraag in het register van politieke intentie: partijen die afschaffing van artikel 23 bepleiten, krijgen munitie.
Dat register is niet nodig en het verzwakt de observatie. Wat er gebeurt is niet dat iemand het argument gaat gebruiken. Wat er gebeurt is dat het argument beschikbaar wordt. Een redenering die in het strafrecht over vrijstellingen is ontwikkeld, ligt vanaf nu op de plank voor ieder geschil waarin de vraag opkomt of een levensbeschouwelijke richting nog een zelfstandig te beschermen belang is. Beschikbaarheid vraagt geen intentie. Zij vraagt alleen een volgende zaak.
Dat de stichtingskant al beweegt, versterkt dat punt. Sinds de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen is richting niet langer de grondslag voor de planning van nieuwe scholen; een belangstellingsmeting is dat.5 Als richting aan de stichtingskant zijn juridische lading verliest en aan de vrijstellingskant zijn afweerkracht, dan blijft de bijzondere school staan op een categorie die aan beide uiteinden is uitgehold, zonder dat enige wetgever dat heeft besloten. Dat is precies het patroon dat dit corpus elders beschrijft: vorm blijft, functie schuift.
§ 04 · Het feit dat ontbreekt
Wat in het debat consequent afwezig blijft, is het volgende. Het wetsvoorstel dat doet wat Ingrado, de Vereniging Openbaar Onderwijs, de staatssecretaris en Sperling allemaal willen, aanvullende voorschriften bij artikel 5 onder b met toezicht door leerplichtambtenaar en inspectie, is geen voornemen. Het bestaat. Het ging op 2 juni 2020 in internetconsultatie. De consultatie sloot op 16 juli 2020. Volgens de wetgevingskalender staat de regeling ruim zes jaar later nog altijd in de fase Voorbereiding.6
Leg daar de rest van de keten naast. Het Openbaar Ministerie staakte in april 2025 de vervolging.7 Ingrado, dat van dat besluit naar eigen zeggen werd verrast, produceerde in mei 2025 de handreiking die de inhoudelijke toets liet vallen. De Hoge Raad herformuleerde in april 2026 de maatstaf. Het Openbaar Ministerie hervatte in mei 2026 de vervolging. Grote gemeenten wijzen sindsdien nieuwe verzoeken voorlopig af. Ingrado en de VNG brachten in juni 2026 een nieuwe handreiking uit. De staatssecretaris kondigde aan de vrijstelling te willen afschaffen.
Elke schakel in de keten heeft binnen veertien maanden bewogen. De enige die het probleem kan oplossen, beweegt sinds 2020 niet. De trias-inversie is hier geen these meer. Zij is een tijdlijn.
§ 05 · Borging
De feitelijke norm gedraagt zich als een slinger. In 2025 een stille verruiming via het vervolgingsbesluit van het Openbaar Ministerie, in 2026 een stille verkrapping via het arrest, de ommezwaai van datzelfde Openbaar Ministerie en het gemeentelijk afwijzingsbeleid. Artikel 5 onder b bleef al die tijd ongewijzigd. De tekst van de wet verklaart geen enkele beweging in de praktijk.
Op de enige vraag die er in dit dossier toe doet, wat er staat als niemand kijkt, is het antwoord dus: niets. Wat de rechtspositie van ongeveer 2.500 kinderen bepaalt, is een handreiking die leerplichtambtenaren niet hoeven te volgen, een gemeentelijk beleid dat per gemeente verschilt, een vervolgingsbeleid dat binnen veertien maanden honderdtachtig graden draaide, en een toezegging zonder datum. Dat de slinger op dit moment de kant op zwaait die de meeste betrokkenen wenselijk vinden, is geen borging. Het is toeval met een goede afloop.
§ 06 · Slot
De discussie gaat over de vraag of de Hoge Raad te ver is gegaan. Dat is de verkeerde vraag, en zij is comfortabel voor iedereen die haar stelt. Een rechter die een lacune moet dichten die de wetgever zes jaar geleden zelf al had geïdentificeerd, geformuleerd en in consultatie gebracht, doet wat er van hem overblijft. Het gat dat hij vult, is niet zijn gat.
De vrijheid van onderwijs wordt in Nederland niet afgeschaft. Zij wordt onbeheerd achtergelaten, en vervolgens beheerd door wie toevallig langskomt.
Colofon
“De ondergrens als bovengrens” is een Statecraft-analyse en een vervolg op “De marginale toets”.
Verantwoording. De auteur is voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting Kafkabrigade. Deze bijdrage is op eigen initiatief geschreven, zonder opdracht of financiële bijdrage van de stichting, en geeft de inhoudelijke positie van Statecraft weer.
Reactie en tegenspraak via Statecraft.nl.
Jacob Huibers is interim-manager met ruim twintig jaar ervaring in de Nederlandse publieke sector. Hij werkte als clustermanager, clusterdirecteur en kwartiermaker bij gemeenten van vijftigduizend tot ruim tweehonderdduizend inwoners en bij regionale samenwerkingsverbanden in het sociaal en fysiek domein. Statecraft is zijn platform voor strategische reflectie op publieke uitvoering, pijler IV van House of Viridian.
Footnotes
-
J. Sperling, “Hoge Raad legt tijdbom onder de vrijheid van onderwijs”, NRC, 12 juni 2026. Sperling bepleit afschaffing van de vrijstelling en invoering van een wettelijke regeling voor thuisonderwijs met inspectietoezicht. Haar afsluitende empirische stelling, dat thuisonderwijskinderen minstens zo goed functioneren als schoolgaande kinderen en dat andersluidende beweringen op vooroordelen berusten, wordt hier niet overgenomen: het beschikbare onderzoek is overwegend Amerikaans en werkt met zelfgeselecteerde steekproeven. De vraag is empirisch open. ↩
-
EHRM 7 december 1976, Kjeldsen, Busk Madsen en Pedersen tegen Denemarken, § 53. De herleiding van de maatstaf tot Kjeldsen wordt ook door Ingrado gemaakt in haar duiding van het arrest: Ingrado, “Hoge Raad scherpt met recent arrest toetsingskader leerplichtvrijstelling 5 onder b Lpw aan”, mei 2026. ↩
-
HR 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:658, en het samenhangende ECLI:NL:HR:2026:659. Het arrest stelt de eerdere lijn uit HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3111, op onderdelen bij. Zie voor de reikwijdte De marginale toets (Statecraft, mei 2026), met name § 03 over de open norm “redelijke afstand” en de onjuiste toeschrijving van kilometernormen aan het arrest in de berichtgeving. ↩
-
Zie de samenvatting van het arrest: het recht op onderwijs van het kind mag niet ondergeschikt worden gemaakt aan de godsdienstige en filosofische overtuigingen van de ouders, en van de overheid mag actief optreden worden gevergd om de Leerplichtwet 1969 te handhaven, zo nodig langs strafrechtelijke weg. ↩
-
Wet meer ruimte voor nieuwe scholen, in werking getreden in 2021, waarmee de richtingsplanning is vervangen door richtingvrije planning op basis van belangstellingsmeting. De samenloop met het arrest is voor zover bekend nog niet in de literatuur beschreven; de stelling in deze paragraaf is een hypothese, geen vaststaand rechtsgevolg. ↩
-
Wetsvoorstel tot wijziging van de Leerplichtwet 1969 en de Wet op het onderwijstoezicht houdende aanvullende voorschriften aan de vrijstelling als bedoeld in artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet 1969 (Wetsvoorstel voorschriften vrijstelling leerplicht bij richtingbezwaren), KetenID WGK009318. Internetconsultatie 2 juni 2020 tot 16 juli 2020. Wetgevingskalender geraadpleegd op 14 juli 2026, huidige fase: Voorbereiding. ↩
-
Openbaar Ministerie, “Vervolging leerplichtzaken (artikel 5b)”, 7 april 2025. Ingrado, “Position Paper: Herziening wetgeving schoolverzuim en vrijstellingen”, 3 april 2025, waarin de beroepsvereniging vaststelt dat het besluit van het Openbaar Ministerie haar verraste. Ingrado, “Handreiking formele vereisten artikel 5 onder b Leerplichtwet”, versie 23 mei 2025. Voor de hervatting van de vervolging: NOS, mei 2026. Voor de nieuwe handreiking van Ingrado en de VNG: juni 2026. ↩