26 juli 2026 · essay
De weggeorganiseerde kuil
Over deliverism, verloren uitvoeringsmacht en de compensatie die daarvoor in de plaats komt
Statecraft Longread · Jacob Huibers
In zijn eerste honderd dagen liet het stadsbestuur van New York ruim honderdduizend kuilen in wegen en stoepen dichten, op de drukste dagen meer dan zevenduizend tegelijk. Burgers hoefden geen begroting of beleidsnota te lezen om de effectiviteit te zien. In de avond smeulde het warme asfalt in het lantaarnlicht.1 De actie kreeg een naam, pothole blitz, en de bijbehorende sociale media genereerden binnen dagen honderdduizenden likes.
Het beeld is verleidelijk, en het wordt de laatste maanden ook in Nederland als les aangeboden: bestuur dat niet praat maar poetst, dat verbinding en gemeenschapsgevoel organiseert door zichtbaar te leveren.2 De verleiding zit in de suggestie dat het om sfeer gaat, om lichtheid, om een register dat links zich zou moeten toe-eigenen. Maar wie de kuil vult, commandeert een uitvoeringsapparaat. De prestatie in het New Yorkse voorbeeld is de zeggenschap over duizenden wegwerkers, materieel en planning die achter de vrolijke post ligt. Hetzelfde geldt voor het loterijvoorbeeld dat in hetzelfde betoog wordt aangehaald: de vrolijke retro-posters op de bushokjes zijn de neerslag van een maandenlange onderhandeling waarin de burgemeester een concessie bij de FIFA-voorzitter losweekte. Het zichtbare gebaar is de vorm. De macht eronder is de inhoud.
Dat onderscheid is niet cosmetisch. Wie het gebaar voor de macht aanziet, kopieert het verkeerde deel. Een Nederlandse wethouder die dit leest en posters laat drukken zonder de onderhandeling te voeren, produceert precies wat elders in dit corpus als vorm-laundering is benoemd: de uiterlijke kenmerken van een prestatie zonder de prestatie zelf. De vraag die het New Yorkse voorbeeld oproept is dan ook of Nederlandse bestuurders de kuil überhaupt nog kunnen vullen, en op wiens gezag.
De hefboom die de auteurs niet zien
Er zit één zin in het betoog die het waard is uit te vergroten, en het is de zin die de auteurs zelf terloops laten vallen. Burgers hoefden geen begroting te lezen om de effectiviteit te zien. Dat is legitimiteit die door zintuiglijk verifieerbare levering wordt bemiddeld. De burger controleert de overheid met zijn eigen ogen, niet via het stembiljet, de persconferentie of de inspraakavond.
Dit sluit rechtstreeks aan op een stelling uit De Richting van de Beweging en op de methodische uitwerking daarvan in De vier driehoeken van Moore. Mark Moores Strategische Driehoek onderscheidt drie hoeken die in evenwicht moeten zijn: publieke waarde, operationele capaciteit, politieke legitimiteit.3 In een bestuurlijke configuratie die is uitgeput, waarin de burger de schijn van functionerende prudentie niet meer gelooft, is operationele capaciteit de bruikbare hefboom. Zij is de enige hoek waar concrete interventie mogelijk is zonder dat eerst een ideologische consensus geformuleerd hoeft te worden. Zichtbare resultaten genereren de feedback die in de uitgeputte staat ontbreekt, en een functionerende uitvoering articuleert in haar werking wat publieke waarde feitelijk is, beter dan welke beleidsvisie dan ook.4
Deliverism is de populaire naam voor die these. Het New Yorkse voorbeeld levert er, tegen de bedoeling van de auteurs in, empirische steun voor. Zij verkopen het als een politiek van plezier, als rood in de veranderkleuren, als motivatie en gemeenschap. Wat zij tonen is geel en blauw: macht over het eigen apparaat, planmatig ingezet en zichtbaar gemaakt. De diagnose klopt, de duiding niet. En juist die verkeerde duiding maakt het onnavolgbaar, omdat zij het mechanisme verplaatst naar het register waarin het niet werkt.
Wie vult in Nederland de kuil?
Hier begint de eigenlijke Nederlandse vraag, en het betoog stelt haar niet. Welke gemeente kan vandaag nog honderdduizend kuilen vullen, en wie geeft daar opdracht toe?
De zichtbare uitvoering is in het Nederlandse bestel grotendeels weggeorganiseerd. Beheer van de openbare ruimte, afvalinzameling, groen, wegen, straatverlichting: het is voor een aanzienlijk deel ondergebracht bij verbonden partijen, gemeenschappelijke regelingen, verzelfstandigde diensten en aanbestede contracten met eigen doorlooptijden, prestatiebestekken en boeteclausules. Nederland telt inmiddels ruim vierhonderd gemeenschappelijke regelingen met een gezamenlijk budget van meer dan dertien miljard euro; bij een gemeente als Nijmegen loopt veertig procent van de begroting in regionaal verband.5 De Raad voor het Openbaar Bestuur sprak in dit verband van “Droomland of Niemandsland” en constateerde dat opgave, uitvoering, bestuurlijk vermogen, verantwoordelijkheden, financiën en democratische legitimatie niet meer in balans zijn. De democratische legitimatie op dat niveau, zo luidt de scherpere formulering uit de onderzoeksliteratuur, is structureel gemankeerd.6
Het gevolg is een precieze vorm van dissociatie: één drager, twee registers, geen correctiemechanisme. Het college is politiek aanspreekbaar op een levering die het niet bestuurt. De wethouder wordt in de raad bevraagd op de staat van de stoep, terwijl de stoep in beheer is bij een organisatie die op afstand is gezet, met een eigen bestuur waarin dezelfde wethouder één van de zeven stemmen heeft. De aanspreekbaarheid is enkelvoudig, de zeggenschap is meervoudig en verdund. Het is de structuur die het produceert.
Ik heb dat mechanisme in het fysiek domein van dichtbij gezien. In een opdracht bij een gemeente van rond de honderdduizend inwoners was het college politiek volledig verantwoordelijk voor de kwaliteit van de openbare ruimte, terwijl het onderhoud ervan verdeeld was over een regionale uitvoeringsorganisatie, een meerjarig aanbesteed wegencontract en een intern team dat door bezuinigingen tot de helft was teruggebracht. Toen de raad om een zichtbare verbetering vroeg, bleek dat geen van de drie op korte termijn en op eigen gezag kon leveren wat gevraagd werd. De uitvoeringsorganisatie had een eigen planning met een eigen bestuurlijke logica. Het contract kende geen ruimte voor een inhaalslag zonder meerwerk en heronderhandeling. Het interne team was te klein. Wat resteerde als handelingsruimte voor het college was het gesprek over de kuil.
De participatie die de kuil vervangt
En daarmee is het voorspelbare uitwijkgedrag benoemd. Wie geen kuil kan vullen, organiseert een participatietraject.
Dit is een mechanische observatie. Bestuurlijke energie zoekt het kanaal van de minste weerstand. Wanneer het kanaal van de directe levering is dichtgeslibd, verplaatst de energie zich naar het kanaal dat nog openligt: dat van de communicatie, de inspraak, de buurtavond, het bewonersinitiatief, de kwaliteitsimpuls-op-papier. De participatie-industrie is in deze lezing de affectieve compensatie voor verloren uitvoeringsmacht. Zij levert de vorm van betrokkenheid daar waar de macht om iets te veranderen is weggeorganiseerd. Thijs Homan noemde de organisaties die naar buiten verandering communiceren terwijl intern alles bij het oude blijft ooit ontkoppelparadijzen.7 De weggeorganiseerde levering produceert die ontkoppeling structureel: de arena waarin gecommuniceerd wordt over de openbare ruimte is losgekoppeld van de arena waarin de openbare ruimte daadwerkelijk wordt onderhouden.
Hier werkt bovendien de telbaarheidsval. Een participatietraject is telbaar. Het produceert deelnemersaantallen, opkomstpercentages, verslagen, tevredenheidsscores en foto’s. Het dichten van een kuil produceert een gedichte kuil, en verder niets wat zich makkelijk in een voortgangsrapportage laat opnemen. Het systeem optimaliseert voorspelbaar voor de remedie die zichtbaar is in zijn eigen registratie. De remedie die telbaar is verdringt de remedie die effectief is.
Deliverism op zijn Nederlands, en wie de eer opstrijkt
Het betoog wijst zelf op een Nederlands voorbeeld dat deliverism zou illustreren: het treinabonnement waarmee reizigers deze zomer voor negenenveertig euro per maand onbeperkt in de daluren en weekenden kunnen reizen, gepresenteerd als initiatief van de partij die nu Progressief Nederland heet.8 Het voorbeeld is bruikbaar, maar juist de attributie verdient correctie, en die correctie is zelf het punt.
Het abonnement, formeel Nederland Dal Vrij Trein, is een rijksproduct. Het is bekostigd uit het noodpakket voor de hoge energie- en brandstofprijzen, geraamd op honderdachttien miljoen euro, aangekondigd door de staatssecretaris en uitgevoerd door de NS door een bestaand product tijdelijk in prijs te verlagen.9 De politieke oorsprong is een aangenomen motie. De levering loopt via het Rijk en de vervoerder. Half juli hadden tweehonderdzeventigduizend reizigers het abonnement afgesloten, waarvan tachtigduizend niet eerder een abonnement hadden.10 Een partij kan de politieke eer van de motie claimen. De drager van de levering ligt elders.
Dat is precies de asymmetrie die deliverism in een gedecentraliseerd en op afstand geplaatst bestel kenmerkt. De zichtbaarheidspremie is politiek toe-eigenbaar door wie het gebaar aankondigt, terwijl de operationele capaciteit die het gebaar mogelijk maakt bij een ander orgaan zit. Wie de kuil laat vullen door een verbonden partij, of het kaartje laat leveren door de NS, oogst de zichtbaarheid zonder de zeggenschap te bezitten. Zolang het goed gaat is dat een voordeel. Zodra het misgaat is de aanspreekbaarheid enkelvoudig en de macht om bij te sturen afwezig. Dat is een politiek van geleende levering.
De borgingsvraag die het beeld niet doorstaat
Blijft de zwaarste toets, en het is de toets die De Richting van de Beweging als primaire maatstaf hanteert: wat er nog staat als niemand er meer aan denkt.
Een blitz is per definitie incidenteel. Honderdduizend kuilen in honderd dagen zegt niets over de meerjarige onderhoudsvoorziening die de wegen in stand houdt. Het Nederlandse equivalent is bekend: de incidentele inhaalslag achterstallig onderhoud, gefinancierd uit een eenmalige impuls, terwijl het structurele beheerbudget te laag blijft, gevolgd door hernieuwde verwaarlozing zodra de politieke aandacht verschuift. Deliverism kent bovendien een ingebouwde inflatie. De zichtbaarheidspremie is het hoogst bij het eerste gebaar en vraagt daarna steeds grotere gebaren om hetzelfde effect te bereiken. Wat afhangt van één bestuurder en zijn eerste honderd dagen is niet geborgd; het is een piek.
Dit is de scherpste toets die je op het idee kunt leggen, en de toets levert meteen het handelingsperspectief. De vraag voor een Nederlands college is welke zichtbare leveringen het binnen één bestuursperiode op eigen gezag kan borgen, inclusief de structurele voorziening die ze in stand houdt. Dat betekent, concreet, drie dingen tegelijk. Het terughalen van zeggenschap over de levering waarop je politiek wordt afgerekend, of het expliciet accepteren en organiseren van de aansturingsrol wanneer terughalen niet kan. Het meerjarig borgen van de onderhoudsvoorziening in de begroting, als structurele post die een volgende wind overleeft. En het onderscheiden van de zichtbaarheid die een gedragen verbetering vergezelt van de zichtbaarheid die haar vervangt. Het eerste is legitimiteit die op levering rust. Het tweede is de bushokjesposter zonder de onderhandeling.
De burger die het warme asfalt in het lantaarnlicht ziet smeulen, controleert zijn overheid zonder tussenkomst. Dat is de belofte van deliverism, en zij is echt. Maar de kuil die vandaag wordt gevuld door een organisatie op afstand, met geld dat volgend jaar op is, is morgen weer een kuil. De vraag is of het bestuur de levering nog bezit.
Colofon
Deze longread is een uitgave van Statecraft, de publicatiepraktijk van Jacob Huibers binnen House of Viridian. Statecraft analyseert de kruising van bestuurlijke praktijk, organisatieverandering en publieke uitvoering. De analyse bouwt voort op De Richting van de Beweging: Interim-Management in de Publieke Sector (manuscript in voorbereiding) en op de methodische notitie De vier driehoeken van Moore.
Reactie en tegenspraak via Statecraft.nl.
Jacob Huibers is interim-manager met ruim twintig jaar ervaring in de Nederlandse publieke sector. Hij werkte als clustermanager, clusterdirecteur en kwartiermaker bij gemeenten van vijftigduizend tot ruim tweehonderdduizend inwoners en bij regionale samenwerkingsverbanden in het sociaal en fysiek domein. Statecraft is zijn platform voor strategische reflectie op publieke uitvoering, pijler IV van House of Viridian.
Footnotes
-
De cijfers over de pothole blitz en het loterijvoorbeeld zoals aangehaald in het opinieartikel van Jacob Boersema en Madeleijn van den Nieuwenhuizen, “Radicaal-rechts versla je met een ‘politiek van plezier’”, NRC, 3 juli 2026. ↩
-
Boersema en Van den Nieuwenhuizen (2026), die deze werkwijze als “deliverism” of “pothole politics” typeren, in het Nederlands vertaald als niet lullen maar poetsen. ↩
-
Moore, M.H. (1995). Creating Public Value. Cambridge, MA: Harvard University Press. ↩
-
Statecraft, De vier driehoeken van Moore (methode, 2026), §09, over de hefboomvraag in de uitgeputte configuratie. ↩
-
BZK (2024), Staat van het Bestuur 2024; Regioatlas (overzicht gemeenschappelijke regelingen). Zie ook Investico en De Groene Amsterdammer (2022) over begrotingsoverschrijdingen bij gemeenschappelijke regelingen. ↩
-
Raad voor het Openbaar Bestuur (2015), Droomland of Niemandsland? Uitgangspunten voor het besturen van regio’s. Den Haag: ROB. De typering dat de democratische legitimatie op regionaal niveau “altijd gemankeerd” is, is ontleend aan de onderzoeksliteratuur over verlengd lokaal bestuur. ↩
-
Homan, T. (2005). Organisatiedynamica: Theorie en praktijk van organisatieverandering. Den Haag: Academic Service. ↩
-
GroenLinks en PvdA zijn op 13 juni 2026 gefuseerd tot Progressief Nederland, roepnaam PRO. De partij wordt in het aangehaalde artikel als initiatiefnemer van het abonnement genoemd. ↩
-
Rijksoverheid (2026), “‘Nederland Dal Vrij Trein’ start op 15 juni”; de maatregel is bekostigd uit het noodpakket voor de hoge energie- en brandstofprijzen, geraamd op circa €118 miljoen, en uitgevoerd door tijdelijke prijsverlaging van het bestaande NS Flex Dal Vrij-product. De politieke oorsprong is de aangenomen motie-Klaver c.s. ↩
-
NS-opgave, stand 15 juli 2026: circa 270.000 afgesloten abonnementen, waarvan circa 80.000 nieuwe abonnees. ↩