Statecraft

10 september 2026 · essay

Laten we het niet over erfbelasting hebben

De 491 miljard die de komende jaren wordt vererfd is geen fiscaal vraagstuk

door Jacob Huibers · Read in English →

De cijfers zijn nieuw, het debat is oud. Economen verbonden aan de Universiteit Maastricht rekenen voor dat de 1,34 miljoen huishoudens van 75-plussers samen een nettovermogen van 491 miljard euro bezitten, een recordbedrag dat de komende jaren als erfenis wordt doorgegeven.1 Nog voor de inkt droog is, klontert het commentaar rond één instrument. De hoogleraar politieke filosofie pleit voor een hogere erfbelasting om de kloof te dichten. De economen zelf, die de politieke realiteit kennen, wijken uit naar een hogere vrijstelling voor huurders en naar fiscale prikkels om vermogen al bij leven uit te geven. En op de achtergrond staat het oordeel dat de discussie jaren geleden al doodsloeg, van een premier die de erfbelasting tot een van de meest oneerlijke belastingen verklaarde die er zijn, een gevoel dat een brede politieke meerderheid met hem deelt.

Iedereen grijpt naar dezelfde hendel. Laten we het, voor de duur van dit stuk, niet over erfbelasting hebben. Want de collectieve fixatie op die ene hendel verbergt de vraag die eraan voorafgaat. Die vraag is wat hier, in bestuurlijke termen, feitelijk is gebeurd, en waar de rekening landt voor wie niets erft.

Een parameter die van karakter veranderde

Begin bij de manier waarop de overdracht is ontstaan. De hypotheekrenteaftrek, de fiscale behandeling van de eigen woning, een decennium van dalende rente en stijgende prijzen: het zijn parameters die elk op enig moment zijn gezet om het wonen toegankelijker te maken. Ze hebben gedaan wat een instrument doet dat lang genoeg blijft staan. De Nederlandse huizenprijzen zijn in dertig jaar vervijfvoudigd, en wie in die periode over een koopwoning beschikte, bouwde vrijwel automatisch overwaarde op, ook zonder ooit af te lossen.2

Geen van die parameters is ontworpen om een vermogensoverdracht tussen generaties te organiseren. Opgeteld over de tijd hebben ze het instrument niettemin van karakter laten veranderen, van toegangsregeling naar versneller van vermogensoverdracht. Dat is precies het mechanisme dat in Reeks III als de gestolde uitkomst is beschreven: een uitkomst die door eerdere ontwerpkeuzes is voortgebracht, wordt in de volgende ronde gelezen als een gegeven, alsof de natuur haar heeft gemaakt.3

Eén getal maakt de verschuiving zichtbaar. In 1985 liet het hoofd van een huishouden dat op 73-jarige leeftijd stierf gemiddeld 9.500 euro per ontvanger na. Een kind uit een koopwoning erft nu gemiddeld 368.000 euro.4 Dat is sediment. De erfenisgolf is de optelsom van rondes die elk voor zich verstandig leken.

Van welke drager is dit een functie geworden

Wat er precies verschoven is, laat zich scherp benoemen. Toegang tot een veilige woning, en daarmee tot vermogensvorming en een deel van de bestaanszekerheid die daaraan hangt, is een publieke functie. In de grote steden is een woning met alleen inkomen uit arbeid vrijwel onbereikbaar geworden. Er is meer geld nodig, en het ene jonge gezin krijgt dat van zijn ouders, het andere niet. De functie is, geruisloos, verhuisd naar een private drager: de familie.

Daarmee dient zich de toets aan die in hoofdstuk negen van De Richting van de Beweging (manuscript in voorbereiding) als de eerste toets van elke interventie is uitgewerkt. Die drager houdt de functie niet over de tijd, en niet voor iedereen. Een kind uit een huurwoning erft gemiddeld 18.000 euro, een kind uit een koopwoning gemiddeld 368.000 euro, een gemiddelde dat door een kleine groep zeer vermogenden nog omhoog wordt getrokken, terwijl het verschil met het huurkind van een andere orde blijft.4 En het voordeel stapelt: wie erft, koopt eerder, bouwt eerder overwaarde op en geeft op zijn beurt meer door. De familie draagt de functie wel, maar alleen voor wie al voorlag, en zij versterkt de voorsprong over generaties heen.

Van een elite die zich terugtrekt of doelbewust een deur dichthoudt, is geen sprake. Wie een koopwoning heeft, behoort tot ruim de helft van de bevolking.5 De architectuur produceert deze tweedeling vanzelf, zonder dat iemand haar kiest. Dat onderscheid bepaalt waar de correctie moet aangrijpen, en het houdt de diagnose weg bij het morele register waarin zij meteen recodeerbaar wordt.

In Doorwerking beschreef de stille onteigening al hoe fiscale fragmentatie de eigendomsstructuur verschuift zonder dat iemand de keuze maakt.6 Wat hier bijkomt is de migratie van een publieke functie naar een private drager, en de vraag wat er gebeurt met de groep die die drager niet heeft.

De restdrager

Voor die groep landt de rekening bij de gemeente, terwijl het Rijk de fiscale hendels in handen houdt. Wie de sprong naar een eigen woning niet kan maken en geen vermogen achter zich heeft, verschijnt stroomafwaarts in de schuldhulpverlening, de bijzondere bijstand, het beschermingsbewind, de Wmo, en verderop in het jeugddomein, waar bestaansonzekerheid zo vaak de bovenstroom is.

In een interim-opdracht in het sociaal domein van een middelgrote gemeente zag ik hoe de optelsom van zo’n huishouden zich gedraagt. Beschermingsbewind via de bijzondere bijstand, een schuldhulptraject, Wmo-ondersteuning, en zodra de problematiek escaleert een specialistisch ggz- of jeugdtraject erbovenop. Elke post afzonderlijk verdedigbaar, elke toekenning het resultaat van een correct besluit. Gezamenlijk een rekening die op de gemeente landt, terwijl geen van die posten op één Rijksbegrotingsartikel zichtbaar wordt. Het Rijk kost het niets extra’s, om de eenvoudige reden dat de kosten nergens samenkomen.7

De keuze tussen een schok opvangen en hem voorkomen is een schijntegenstelling. De buffer wordt altijd betaald. De vraag is alleen door wie, en wanneer. Voor wie niets erft wordt hij betaald aan het gemeenteloket. En de timing is wrang, want die rekening arriveert in het ravijnjaar, precies wanneer de buffer van de gemeente zelf wegvalt. Dat is de kostenverschuiving die elders in het corpus is gedocumenteerd, vermomd als decentralisatie: het Rijk houdt de bevoegdheid, de gemeente krijgt de uitvoering, het risico en, in toenemende mate, de kosten.

Een last die niemand kan tellen

In de Strategische Driehoek is dit een zuivere onbalans. De operationele last wordt bij de gemeente gemaximaliseerd, terwijl de financiering en het mandaat om er iets aan te doen bij een andere bestuurslaag liggen, of nergens. De hoek van de operationele capaciteit draagt wat de andere twee hoeken hebben afgestoten.

De last is voor het Rijk bovendien vrijwel onzichtbaar, omdat zij in losse caseloads binnenkomt. Schuldhulp hier, bijzondere bijstand daar, een jeugdzorgverwijzing verderop. Er bestaat geen begrotingsartikel dat heet: de kosten van een publieke functie die naar de familie is verhuisd. Wat niet als één getal verschijnt kan niet worden gewogen, en wat niet kan worden gewogen wordt niet gefinancierd.

De golf zelf is intussen geen verrassing. De demografie is al decennia bekend, de concentratie van vermogen in de eigen woning is uitvoerig gedocumenteerd, en de omvang van de aanstaande vererving is jaren geleden al becijferd.8 Wat ontbreekt is een organisatorische geheugenfunctie die de voorspelling vasthoudt tot voorbij de eerstvolgende kabinetswisseling, en die haar vertaalt naar de bestuurslaag waar de rekening feitelijk landt. Het is dezelfde tijdsignatuur die in Doorwerking is beschreven: structureel kortzichtig handelen tegenover structureel kenbare uitkomsten.

Wat de gemeente wél kan

De gemeente is hier de restdrager zonder het instrument. Zij kan de erfbelasting niet verhogen, want dat is haar hendel niet. En wie een probleem signaleert, is niet verplicht de fiscale oplossing te leveren om het signaal geldig te maken. Diagnosticeren en oplossen zijn verschillende ambachten, en het erkennen daarvan is een teken van respect voor de moeilijkheid van het tweede.

Er is niettemin een terrein dat wél op het bureau van de gemeentesecretaris ligt. Het begint bij telbaarheid: breng de posten die nu verspreid over schuldhulp, bijzondere bijstand, beschermingsbewind en het jeugddomein zitten samen tot één zichtbare last in de eigen planning-en-controlcyclus, zodat de verschuiving in de bestuurlijke afweging kan worden gewogen in plaats van als achtergrondruis te verdwijnen. Het loopt door naar borging: de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening geeft de gemeente sinds 2021 de bevoegdheid om op betalingsachterstanden te acteren voordat de schuld zich stapelt.9 Dat is precies het type functie waarvan de waarde zich pas toont wanneer niemand er meer naar kijkt, en dat daarom als eerste sneuvelt in een bezuinigingsronde. De borgingstoets is hier de scherpste die er is: wat blijft er van de vroegsignalering overeind als de wethouder wisselt en de begroting krimpt. En het reikt naar het Rijk: dat de last van een verschoven publieke functie stelselmatig terechtkomt bij de laag zonder instrument, hoort thuis in elke onderhandeling over de financiële verhoudingen, langs de lijn die in Herstelstaat Nederland is uitgewerkt, met één budgethouder per leefdomein en een compensatieplicht wanneer bestuurslagen kosten op elkaar afwentelen.10

Geen van deze handvatten lost de tweedeling op. Zij verschuiven de rekening niet terug. Wat zij doen is de restdrager in staat stellen zijn functie te dragen zonder eraan te bezwijken, en de verschuiving zichtbaar maken op de plek waar over de financiering wordt besloten. Dat is bescheidener dan een hogere erfbelasting. Het is ook het enige dat feitelijk binnen bereik ligt van wie de rekening nu betaalt.

Voer dus vooral het debat over de erfbelasting. Het is een reëel debat, en het gaat over een instrument dat aan de bron staat. Maar voer het pas nadat is vastgesteld waar de rekening nu al wordt voldaan: aan het gemeenteloket, door wie niets erft, in het jaar dat dat loket zijn eigen buffer kwijt is. De vraag is waarom een erfenis beslissend is geworden voor iets wat ooit een publieke functie was, en wie opdraait wanneer die functie naar de familie verhuist en de familie ontbreekt.



Jacob Huibers is interim-manager met ruim twintig jaar ervaring in de Nederlandse publieke sector. Hij werkte als clustermanager, clusterdirecteur en kwartiermaker bij gemeenten van vijftigduizend tot ruim tweehonderdduizend inwoners en bij regionale samenwerkingsverbanden in het sociaal en fysiek domein. Statecraft is zijn platform voor strategische reflectie op publieke uitvoering, pijler IV van House of Viridian.

Reactie en tegenspraak via Statecraft.nl.

Footnotes

  1. Dirk Brounen, Nils Kok en Jonas Wogh, ‘Vermogensbezit zal steeds meer bepaald worden door erfenis’, ESB 111(4858), 25 juni 2026, p. 249-251. De 1,34 miljoen huishoudens van 75-plussers beschikken samen over een nettovermogen van circa 491 miljard euro, het Nederlandse equivalent van de Amerikaanse Great Wealth Transfer. ↩

  2. ESB 2026, dat vaststelt dat de Nederlandse huizenprijzen in de afgelopen dertig jaar zijn vervijfvoudigd. Voor de groei van het nagelaten vermogen zelf: N. Wesselius, ‘Nagelaten vermogen tussen 2007 en 2022 ruim verdubbeld’, statistiek op esb.nu, 1 oktober 2025. ↩

  3. Statecraft, Reeks III, Nº 02, De gestolde uitkomst als gemanifesteerde voorkeur: het mechanisme waarmee een eerdere ronde van beslissingen in een volgende ronde als exogene parameter wordt gelezen. ↩

  4. 1985: gemiddeld 9.500 euro per ontvanger (ESB 2026). De bedragen van 18.000 euro (huurwoning) en 368.000 euro (koopwoning) per kind stammen uit CBS-microdata, weergegeven in ESB 2026 en in Trouw, 27 juni 2026. ↩ ↩2

  5. Eigenwoningbezit in Nederland ruim 57 procent van de woningvoorraad (CBS, stand 1 januari 2025: 57,5 procent koop tegenover 42,4 procent huur); het nettovermogen van de 75-plusser met koopwoning versus huurwoning verhoudt zich in 2023 als circa 690.000 tot 50.000 euro, tegen 472.000 om 37.000 euro in 2011 (ESB 2026). Het CBS-aandeel betreft de woningvoorraad, niet het aandeel personen. ↩

  6. Statecraft, Reeks II (Doorwerking), Nº 02, De stille onteigening: fiscale fragmentatie verschuift de eigendomsstructuur zonder dat iemand de keuze maakt. ↩

  7. Praktijkobservatie, interim-opdracht sociaal domein, gemeente 50.000-250.000 inwoners. De configuratie van gestapelde voorzieningen (beschermingsbewind, schuldhulpverlening, Wmo, specialistische zorg) waarin elke afzonderlijke toekenning verdedigbaar is en de optelsom op de gemeente landt, is elders in het corpus als carrouselcasus uitgewerkt. ↩

  8. Vergelijk De Beer e.a. (red.), Voor wie is de erfenis? Over vrijheid, gelijkheid en familiegevoel (Van Gennep, 2018): circa veertig procent van de particuliere vermogens komt uit erfenissen, met een becijferde vererving van 230 tot 240 miljard euro over tien jaar waarvan circa 15 miljard in erfbelasting terugkomt, een effectief tarief van 6,4 procent. De tijdsignatuur, structureel kenbare uitkomsten tegenover structureel kortzichtig handelen, is uitgewerkt in Statecraft, Reeks II (Doorwerking), synthese. ↩

  9. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wijziging inzake vroegsignalering van betalingsachterstanden: Wet van 24 juni 2020, Stb. 2020, 239, in werking per 1 januari 2021; de nieuwe taak staat in artikel 3 lid 1 onder b Wgs, uitgewerkt in het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening. ↩

  10. Statecraft, Herstelstaat Nederland. Waarom de overheid pas handelt als de rechter dwingt (juli 2026): integrale domeinverantwoordelijkheid, één budgethouder per leefdomein en een compensatieplicht bij afwenteling tussen bestuurslagen. ↩