1 oktober 2026 · analyse
Wie stuurt de dure top?
Een casus uit Ede, 2018-2025, bij de roep om een landelijk vangnet voor dure jeugdzorg
De dure top van de jeugdzorg is te sturen. In Ede daalde het aantal jongeren in jeugdhulp met verblijf tussen 2018 en 2022 met een kwart, terwijl dat aantal landelijk gelijk bleef. Na 2022 kwam de top terug. Het verschil zat in de regie.
Aanleiding
Op 30 september 2026 stemde 96,77 procent van de gemeenten op de algemene ledenvergadering van de VNG voor een motie die pleit voor een landelijk financieel vangnet voor uitzonderlijk dure jeugdzorgcasuïstiek.1 De motie kwam van Kaag en Braassem, met steun van veertien andere gemeenten. De indieners vinden regionale solidariteit waardevol, maar ontoereikend als gemeenten financieel onder druk staan. Wethouder Moniek van Sandick van Kaag en Braassem gaf aan dat in haar gemeente 15 procent van de cliënten verantwoordelijk is voor 75 procent van de jeugdzorgkosten.2
Het pleidooi heeft een reden. Een kleine gemeente is een te kleine risicopool, en verevening tussen gemeenten die allemaal krap zitten, verdeelt een tekort zonder het te verkleinen. De motie laat één vraag open: wie stuurt op de casussen waarvoor het vangnet gaat betalen? Deze casus beschrijft wat er in Ede gebeurde toen de gemeente die vraag zelf beantwoordde, en wat er gebeurde toen de mensen die het antwoord gaven vertrokken.
Kerncijfers
Ede ving tussen 2018 en 2022 een groeiende jeugdpopulatie op zonder dat de totale jeugdzorgkosten stegen. Daarna stegen ze in twee jaar met een derde. De kosten per inwoner en het verblijf staan in de grafieken verderop; deze tabel geeft de context.
| Indicator | 2018 | 2022 | 2024 | Landelijk 2018 → 2024 |
|---|---|---|---|---|
| Totale kosten jeugdzorg Ede (€ mln) | 31,0 | 31,3 | 41,9 (voorlopig) | per inwoner +58% (panel) |
| Jeugdigen 0 t/m 17 jaar | 25.538 | 25.906 | 26.294 | −2,4% |
| Aandeel jeugdigen met jeugdhulp | 10,1% | 11,9% | 13,3% | 11,8% → 14,0% |
| Aandeel huisarts als verwijzer in jeugdhulptrajecten | 48% | 44% | 41% | 34% → 34% |
| Jongeren met jeugdbescherming | 275 | 200 | 165 | −15% |
Ede is een gemeente van ruim 125.000 inwoners en maakt deel uit van jeugdhulpregio FoodValley, waarvan de gemeenten jeugdhulp gezamenlijk inkopen.3 Cijfers over 2025 zijn alleen beschikbaar voor aantallen jongeren en zijn voorlopig.
Wat er in 2018 in gang werd gezet
De kern was een eenvoudige vraag over de duurste casussen: zijn we professioneel tevreden over wat hier gebeurt? In 2018 was ik een jaar directeur uitvoering sociaal domein in Ede. In die periode hebben we vijf dingen tegelijk opgezet.
Een top 100 op professionele tevredenheid. Uit de data bleek dat 2,5 procent van de cliënten een kwart van het budget gebruikte en 10 procent de helft. Met een ervaren teammanager spraken we af dat het team de honderd duurste casussen systematisch zou bespreken. De opdracht ging uitdrukkelijk over passende zorg, zonder besparingsdoel per casus. Een dure casus is in orde als de professional erachter staat. Staat hij er niet achter, dan zoek je een betere aanpak. Die teammanager had lang aan de aanbiederskant en in de regionale inkoop gewerkt. Zijn oordeel had daardoor gezag bij hulpverleners én bij aanbieders.
De eigen toegang als voordeur. We maakten afspraken met huisartsen en zetten praktijkondersteuners jeugd in, zodat hulpvragen eerst bij het eigen team terechtkwamen. Huisartsen hebben beperkt zicht op het aanbod en weinig tijd om een gezin in kaart te brengen. Als de gemeente zelf indiceert, heeft ze zicht op wat passend is.
Een kapstok van uitgangspunten. De principes kregen namen die iedereen kon onthouden, zoals “Een kind hoort thuis”, “Alle kinderen zijn normaal” en “We werken samen met aanbieders die onze visie onderschrijven”. De raad stelde ze in juli 2019 vast in het Beleidsplan Jeugd en Onderwijs, met het voornemen om met aanbieders afspraken te maken die voorkomen dat afgebouwde verblijfsplekken opnieuw gevuld worden.4

Bron: gemeente Ede, infographic leidende principes transformatie en ombuigingen sociaal domein.5
De kapstok rustte op zes leidende principes die het college in het voorjaar van 2019 met de raad besprak, en die de basis vormden voor het maatregelenpakket.6 Ede legde ook de bezuinigingsmaatregelen langs deze meetlat.7 Vier principes gaan over de breedte van het stelsel. Twee principes aan de rechterkant, “Gemeente aan zet” en “Wij zoeken naar partnerschappen met aanbieders die onze visie onderschrijven”, gaven de gemeente de positie om op de dure top te sturen: zelf de regie voeren, en samenwerken met aanbieders die meegaan in de afbouw van verblijf.
Tellen en vertellen. Een team data-analisten volgde de werkvloer. Resultaten werden gepresenteerd als combinatie van harde cijfers en casusverhalen. Niet alles wat meetbaar is, is merkbaar, en niet alles wat merkbaar is, is meetbaar. Het beleidsplan nam de term over: “Het gaat om tellen en vertellen”, cijfers en trends naast de ervaringen van uitvoerders en inwoners.4
Investeren uit de taakstelling. Het sociaal domein had een structureel tekort van circa 10 miljoen euro. Het tekort zou oplopen voordat de interventies effect hadden, dus moest de besparing ook de investering betalen. In april 2019 stelde het college 23 maatregelen voor, goed voor 7,5 miljoen euro, met een herinvestering van 4 miljoen. In de perspectiefnota 2020-2023 staan de maatregelen daarom als netto bedragen, na aftrek van de kosten voor investering, met de investering in regie en de sociale basis als eigen maatregel. Samen leveren ze vanaf 2022 structureel 4,56 miljoen euro op.6
Kosten: vier jaar vlak, daarna mee met de rest
Ede begon in 2018 ruim boven het gemiddelde en zat er in 2020 al onder. Het buigpunt ligt na 2022: vanaf dat moment loopt Ede in hetzelfde tempo mee als het panel, en in 2024 zelfs iets sneller.
Verblijf: de top slonk en kwam terug
Dit is het signaal dat het dichtst bij de top 100 ligt. Deze aantallen zijn geteld naar woonadres en worden daarom niet beïnvloed door de wijziging van het woonplaatsbeginsel. Na 2022 bewoog Ede voor het eerst tegen de landelijke daling in, en in de verkeerde richting.
De breuk: wie vertrok, en wanneer
De kosten van de top volgen de mensen die de aanpak uitvoerden. De meesten vertrokken binnen twee jaar na de overdracht in 2019. De opdrachtgever bleef tot 2022 en de teammanager van de top 100 tot 2023. Daarna was er niemand meer die de aanpak voortzette.
| Wanneer | Wie vertrok |
|---|---|
| 2023 | de teammanager die de top 100 uitvoerde |
| 2022 | de opdrachtgever |
| 2020 | drie sleutelfiguren uit staf en lijn, onder wie de interne opvolger van de directeur uitvoering |
| 2019 | de interim-directeur die de aanpak opzette, en een data-analist |
Van de vijf afdelingsmanagers in het cluster zit er nog één op dezelfde plek; de andere vier hebben de gemeente verlaten. Wie intern doorschuift, telt in de verloopcijfers niet mee, maar neemt de kennis net zo goed mee. Daarom stelt het boek dat we allemaal interimmers zijn.
Wat de cijfers niet bewijzen
Het patroon is sterk, en het bewijst geen oorzaak. Vier punten verdienen een eerlijke vermelding.
Normalisering kwam niet van de grond. Het aandeel Edese jeugdigen met jeugdhulp steeg van 10,1 naar 13,3 procent, sneller dan landelijk. Een deel van dat verschil komt door demografie: de groep van 0 tot en met 11 jaar groeide in Ede tussen 2018 en 2024 met 7 procent, terwijl hij landelijk kromp. Dat is precies de leeftijd waarin het gebruik piekt, en de financiering volgt zo’n groei pas jaren later. Toch blijft er een groei over die de top 100 niet heeft tegengehouden en ook niet bedoelde tegen te houden. De aanpak richtte zich op de top; de breedte viel erbuiten.
Het woonplaatsbeginsel vertekent 2022. Per 1 januari 2022 veranderde de regel welke gemeente betaalt.8 Ede heeft in verhouding veel locaties van aanbieders van specialistische hulp binnen de gemeentegrens.4 De kosten per jongere in verblijf lagen in 2022 daardoor ongeveer een vijfde lager dan in de jaren eromheen. De aantallen jongeren zijn geteld naar woonadres en worden door deze wijziging niet beïnvloed. De daling in aantallen is daarom het betrouwbaarste signaal.
Tarieven stegen landelijk. Na 2022 gingen de tarieven overal omhoog door inflatie en cao-indexatie; voor 2023 adviseerde de VNG gemeenten de tarieven met 4,74 procent te indexeren.9 Dat verklaart een deel van de kostenstijging in 2023 en 2024, maar niet waarom Ede in 2024 sneller steeg dan vergelijkbare gemeenten, en ook niet waarom het aantal jongeren in verblijf toenam.
Het contractuele anker is niet terug te vinden. FoodValley kocht per 2023 niet opnieuw in: de regio werkt sinds 2016 met doorlopende overeenkomsten die periodiek worden bijgewerkt. Sinds ten minste 2023 is toetreding van nieuwe aanbieders voor verblijf gesloten, behalve voor logeeropvang en pleegzorg.10 Of de in 2019 voorgenomen afspraken over het niet opnieuw vullen van afgebouwde plekken ooit zijn gemaakt, blijkt niet uit de openbare contractstukken.
Wat dit betekent voor het vangnet
Een vangnet is verdedigbaar, zolang het de sturing laat staan die de top klein houdt. Ede laat zien dat juist de duurste casussen het meest gevoelig zijn voor regie. Daar staan beslissingen over plaatsing, duur en terugkeer centraal, en die beslissingen neemt de gemeente.
De motie raakt twee echte problemen. Kleine gemeenten kunnen een enkele casus van enkele tonnen per jaar niet opvangen. Daarnaast volgt de financiering een groeiende jeugdpopulatie pas met jaren vertraging, wat Ede tussen 2018 en 2022 zelf ondervond. Voor het eerste probleem is risicodeling een goed antwoord. Het tweede probleem lost een vangnet voor uitzonderlijke casussen niet op.
De ontwerpvraag is daarom onder welke voorwaarden het vangnet er komt. Drie voorwaarden houden de sturing intact:
- Herverzekering, met eigen risico. De gemeente betaalt een eigen risico per casus en daarboven een eigen bijdrage. Wie meebetaalt, blijft betrokken bij de afloop.
- Toegang via een professionele toets. Een casus komt alleen in aanmerking na een bespreking met vakgenoten over de vraag of dit de best passende hulp is. Dat is de top 100, als voorwaarde voor elke gemeente en los van het initiatief van één team.
- Borging die vertrek veronderstelt. In Ede verdween het effect binnen een jaar nadat de laatsten die de aanpak uitvoerden waren vertrokken. Een vangnet moet daarom vastleggen dat de bespreking plaatsvindt, wie haar ook leidt.
In hoofdstuk 13 van De Richting van de Beweging staat het verschil tussen opdrachtduur en veranderduur: twaalf tot vijftien maanden tegenover drie tot vijf jaar. Ede laat zien dat dit verschil ook geldt voor vaste medewerkers die intern doorschuiven. Een vangnet dat alleen betaalt, ontlast het tekort. Een vangnet dat betaalt onder voorwaarde van regie, ontlast ook het kind.
Werkwijze
Het vergelijkingspanel bestaat uit de 255 gemeenten die voor alle jaren van 2018 tot en met 2024 kosten hebben aangeleverd aan de CBS-enquête. Kosten per inwoner zijn berekend als totale kosten gedeeld door de totale bevolking van het panel op 1 januari.11 Aantallen jongeren in verblijf betreffen jeugdhulp in natura voor jongeren van 0 tot 23 jaar, door CBS afgerond op vijftallen.12 Kosten omvatten ook pgb en verlengde jeugdhulp, daarom zijn kosten per jongere alleen een indicatie. De CBS-reeks van aantallen jongeren heeft een trendbreuk tussen 2020 en 2021. Voor 2019 en 2020 ontbreekt de uitsplitsing van kosten naar verblijf. Het aandeel jeugdigen met jeugdhulp is de CBS-indicator. Feiten nagelopen in primaire bronnen, stand 1 oktober 2026. De namen van betrokken medewerkers zijn bewust weggelaten.
Noten
Jacob Huibers is interim-manager met ruim twintig jaar ervaring in de Nederlandse publieke sector. Hij werkte als clustermanager, clusterdirecteur en kwartiermaker bij gemeenten van vijftigduizend tot ruim tweehonderdduizend inwoners en bij regionale samenwerkingsverbanden in het sociaal en fysiek domein. Statecraft is zijn platform voor strategische reflectie op publieke uitvoering, pijler IV van House of Viridian.
Reactie en tegenspraak via Statecraft.nl.
Footnotes
-
VNG, Landelijk vangnet nodig voor dure jeugdzorgcasussen, 30 september 2026. ↩
-
Koen Enneking, VNG wil landelijk vangnet voor uitzonderlijk dure jeugdzorg, Binnenlands Bestuur, 30 september 2026. ↩
-
Gemeente Ede, Beleidsplan Jeugd en Onderwijs 2019-2022, vastgesteld 11 juli 2019, geldend vanaf 27 juli 2019, paragrafen 2.3, 4.3.1 en 5. ↩ ↩2 ↩3
-
Gemeente Ede, Infographic leidende principes transformatie en ombuigingen sociaal domein. ↩
-
Gemeente Ede, Perspectiefnota 2020-2023: Transformatie sociaal domein, Overzicht te verkennen maatregelenpakket 2.0 en Financieel duurzaam perspectief; zie ook Omroep Gelderland, Wethouders Ede willen betere zorg met minder geld, 5 april 2019. ↩ ↩2
-
Karin Sok en Lieke Salomé, Leidende principes geven richting aan het sociaal domein, Movisie en NJi, november 2020, met Ede als praktijkvoorbeeld. ↩
-
VNG, Hoe om te gaan met indexering kosten Jeugdwet en Wmo, 19 december 2022. ↩
-
Jeugdhulpregio FoodValley, Deelovereenkomst Verblijf, versie 16 november 2023, artikelen 4 en 6.1. ↩
-
CBS, Gemeentelijke kosten; jeugdzorg, regio (83454NED), gerealiseerde kosten 2018-2024, 2024 voorlopig; CBS, Bevolking; geslacht, leeftijd, burgerlijke staat en regio (03759ned), bevolking op 1 januari. ↩
-
CBS, Jongeren met jeugdzorg en jeugdzorgtrajecten in natura; wijken, jaartabellen 2018-2025 (84316NED tot en met 86204NED), 2025 voorlopig; aandeel jeugdigen met jeugdhulp uit 82972NED en 85098NED. ↩