Statecraft

§Reeks IV · Nº 06 · Case · industrieel-strategisch

De ongetelde keten

Hoe de CO2-proxy de materiële basis van de transitie buiten het bestuurlijk discours houdt

2 juni 2026 · door Jacob Huibers · Read in English →

§01 · Aanleiding en positionering

In de publieke ruimte van het najaar 2025 en het voorjaar 2026 voltrekken zich twee bestuurlijke discoursen tegelijk, in eigen ritme en met eigen woordenschat, zonder dat zij elkaar opzoeken. Het ene staat in het volle daglicht. Klimaatdebatten in de Tweede Kamer, klimaatbrieven van het kabinet, klimaatpassages in opvolgende regeerakkoorden, klimaatcolumns in NRC, Trouw en de Volkskrant, klimaatprotest op straat, klimaatprocedures bij de bestuursrechter en internationale hoven. Hier is urgentie, hier is identiteit, hier is de morele inzet van wat een samenleving zegt te willen zijn. Het andere staat in ambtelijke wandelgangen. De implementatie-akten van de Critical Raw Materials Act, de aanwijzing van Strategische Projecten in twee tranches in 2025, de stille handelsmededelingen rond Chinese exportbeperkingen op gallium, germanium, grafiet, antimonium en zeldzame aarden tussen juli 2023 en oktober 2025, de Wet beschikbaarheid goederen uit 1952 die op dertig september 2025 voor het eerst sinds de Koude Oorlog is geactiveerd voor een chipfabrikant in Nijmegen. Hier is uitvoering, hier is materiaal, hier is wat een samenleving feitelijk doet. De twee discoursen zijn ongelijk in bemensing, in budget, in zichtbaarheid en in tempo. Zij worden ook ongelijk gewaardeerd. Klimaat is urgent en sexy. Grondstoffen is saai.

Het saaie maakt het urgente mogelijk. Geen ton CO2 die in het Europese emissiehandelssysteem is vermeden, werd vermeden zonder inzet van een keten die in Bayan Obo, Tenke-Fungurume, het Salar de Atacama, Sulawesi of Bayuquan begint. Geen enkele Europese windmolen draait zonder permanente magneten waarvan ruim negentig procent in China wordt geraffineerd.¹ Geen elektrische auto rolt van een Europese band zonder lithium, kobalt en nikkel die door Chinese, Indonesische of Russische bedrijven tot batterijgrondstof zijn verwerkt. De Klimaatwet hangt aan een keten die zij niet kent, niet beheert en niet wenst te zien. De reden waarom die keten onzichtbaar blijft, is de proxy. CO2 is bestuurlijk hanteerbaar omdat hij telbaar, toewijsbaar en verhandelbaar is. De keten waaruit hij voortkomt heeft geen vergelijkbare meetstructuur, en juist die afwezigheid heeft haar uit het primaire beleidsdiscours doen verdwijnen.

Het saaie is ook iets anders dan een hulpvariabele voor het urgente. Het is, los van zijn klimaatfunctie, de feitelijke werking van een beschaving op een eindige planeet. Wie lithium wint, vraagt water aan een uitdrogend zoutmeer. Wie zeldzame aarden raffineert, brengt thorium en uranium vrij. Wie kobalt importeert, koopt mee aan een conflictzone in Oost-Congo. Wie nikkel laat verwerken in lateriet-smelters op Sulawesi, accepteert ontbossing en kustlozingen op een schaal waarop de Europese vergunningverlener niet zou tekenen. Goed beheer van grondstoffen is, in een traditie die loopt van Brundtland in 1987² via de Rio-verklaring naar het onderzoek naar planetaire grenzen van Rockström uit 2009³ en zijn herijking uit 2023⁴, een zelfstandige norm. Het is niet klimaatpolitiek-in-andere-taal. Het is wat klimaatpolitiek vroeger ook was, voordat zij door CO2-allocatie als enige meeteenheid werd gestold en de bredere planetaire zorg uit haar register werd gesneden. Een Europese Unie die haar grondstoffen-voetafdruk niet kent, voert geen rentmeesterschap. Zij voert administratie van één variabele en noemt dat klimaatbeleid.

Daarmee is de stelling van dit paper dubbel. De Europese architectuur lijdt aan twee dissociaties tegelijk, een instrumentele en een intrinsieke. De instrumentele dissociatie is dat klimaatambitie haar materiële basis niet kent en daarom haar eigen onhaalbaarheid bouwt. De intrinsieke dissociatie is dat grondstoffenzorg zelf, los van haar instrumentele bijdrage aan klimaatdoelen, niet meer als zelfstandige norm in het beleidsregister figureert. De twee dissociaties versterken elkaar. De eerste maakt grondstoffenbeleid afhankelijk van klimaatbeleid en daarmee politiek meedrijvend op klimaatgolven. Zakt de klimaaturgentie in het debat, dan zakt het grondstoffenbeleid mee. De tweede maakt dat een grondstoffenbeleid dat op zichzelf zou kunnen staan, geen taal en geen arena heeft om zichzelf te voeren. De rentmeesterschapstraditie heeft de Europese instellingen verlaten op het moment dat het instrumentenregister zich op CO2-rekenkunde sloot.

De Critical Raw Materials Act van elf april 2024 belichaamt beide dissociaties.⁵ Zij codificeert de afhankelijkheid in benchmarks die de bestaande verhouding marginaal bijstellen: tien procent eigen mijnbouw, veertig procent verwerking, vijfentwintig procent recycling, niet meer dan vijfenzestig procent uit één derde land per strategische grondstof tegen 2030. En zij positioneert grondstoffenbeleid expliciet als toelevering aan de groene en digitale transitie, niet als zelfstandig planetair beheer. De woordcontinuïteit van strategische autonomie verbergt dat de feitelijke machtsverhoudingen ongemoeid worden gelaten, en dat een planetaire grondstoffenethiek die in Brundtland nog leesbaar was, in 2024 institutioneel niet meer wordt aangeroepen. Het Europees Parlement debatteerde de tekst in industrieel-strategisch register. Het milieu-rentmeesterschap stond in geen amendement.

Dit paper is Nº 06 in Reeks IV. Het demonstreert het meta-mechanisme van de reeks, geformuleerd in Nº 01 als netwerkcorruptie in de zin van Slingerland, op een dossier dat naast de regulatieve as (EMA, EFSA, ECHA) en de besteding-as (EU-fondsen, ECA-cascade) de industrieel-strategische as in beeld brengt. Het mechanisme is hier dubbel gedragen. Slingerlands netwerkmechaniek verklaart de bestuurlijke architectuur waarin de CRMA tot stand komt. Het proxy-substitutie-mechanisme verklaart waarom die architectuur überhaupt op CO2 kon worden gestold en niet op een ruimer planetair register. De twee mechanismen werken samen: het netwerk levert de proxy, de proxy maakt het netwerk onzichtbaar. Het paper verbindt direct aan Reeks III Nº 04, De optimalisatie-asymmetrie, waarvan de logica hier op supranationale schaal terugkeert, en aan Reeks III Nº 03, De woordcontinuïteit die de materiële breuk maskeert, waarvan strategische autonomie het Europese exemplaar wordt. Het sluit aan op het Statecraft-paper Drie dossiers, één soevereiniteitsprobleem van februari 2026, waarin de drie kleuren afhankelijkheid voor data-infrastructuur zijn benoemd, en breidt die analyse uit naar materiële infrastructuur, met langere tijdshorizon en groter tekort aan herstelvermogen. Een Engelse parallelversie verschijnt onder de titel The Ungauged Chain: Raw Materials, the CO2 Proxy and the Absence of Industrial Policy, gericht op de internationale lezer in Brussel, Berlijn, Londen, Washington en Tokyo, waar het patroon zich in eigen institutionele vertaling herhaalt.

De volgende zeven paragrafen werken de stelling uit. §02 beschrijft het proxy-mechanisme conceptueel en demonstreert hoe CO2 in de Europese architectuur tot enige meeteenheid kon worden. §03 documenteert de empirie van de gestolde keten per strategische grondstof, met de Chinese marktdominantie als gevolg van Europese keuzes uit de periode 1990-2015. §04 leest de CRMA als gestolde-uitkomst-instrument. §05 verlegt de aandacht naar defensie en de onzichtbare grondstoffenvoetafdruk van het NAVO-vijfprocent-besluit van Den Haag. §06 documenteert de Nederlandse verspreiding van het dossier over zes departementen zonder geïntegreerd eigenaarschap. §07 leest het netwerk dat de gele-kwadrants-vermijding in stand houdt. §08 levert het handelingsperspectief in vier registers en wijst vooruit naar de syntheseparagraaf van Reeks IV Nº 07.


§02 · De proxy en wat zij verbergt

De Europese klimaatarchitectuur is in vijfentwintig jaar opgebouwd rond één variabele. Richtlijn 2003/87/EG voerde op dertien oktober 2003 het emissiehandelssysteem in als eerste grootschalige cap-and-trade-regime voor broeikasgassen, met CO2-equivalenten als enige meeteenheid.⁶ De Klimaatwet van dertig juni 2021 legde de doelen vast op vijfenvijftig procent reductie in 2030 ten opzichte van 1990 en klimaatneutraliteit in 2050.⁷ Het Fit for 55-pakket van april 2023 herzag de ETS-richtlijn, voegde een tweede emissiehandelssysteem voor gebouwen en wegtransport toe vanaf 2027, en introduceerde het Carbon Border Adjustment Mechanism dat sinds één januari 2026 in zijn definitieve fase verkeert.⁸ Het CBAM bestrijkt cement, ijzer, staal, aluminium, kunstmest, elektriciteit en waterstof, en hanteert daarvoor CO2-equivalenten als grondslag voor de heffing. Het stelt geen materiële criteria aan de herkomst van mineralen die in die producten verwerkt zijn.

Het architectonische voordeel van CO2 als bestuurlijke variabele is duidelijk en kan niet worden genegeerd. Een ton CO2 is telbaar, op een installatie, een sector, een lidstaat en in laatste instantie een transactie. Een ton CO2 is toewijsbaar, via de allocatieregels die de Effort Sharing Regulation tussen de lidstaten verdeelt. Een ton CO2 is verhandelbaar, want het emissieplafond geeft hem schaarste en de markt geeft hem prijs. Geen andere variabele combineert deze drie eigenschappen. De Klimaatwet, het ETS, het ETS2 en het CBAM rusten op die combinatie. Wat de drie eigenschappen niet leveren, is een meting van de materiële keten die de telbare reductie produceert. Een windmolen die in een ETS-jaar tienduizend ton CO2 vermijdt, doet dat alleen omdat ergens in een neodymium-magneet enkele kilo’s dysprosium zitten. Dat dysprosium komt voor meer dan negentig procent uit Chinese raffinage. Dat aandeel staat in geen ETS-register en in geen Klimaatwet-doel. Het staat in IEA-rapportages die in het beleidsdiscours functioneren als achtergrondrapportage, niet als bindende telstaat.⁹

Het mechanisme dat hier werkt, is in de bestuurskunde sinds 1975 benoemd. Charles Goodhart formuleerde voor de Reserve Bank of Australia de regel dat elke waargenomen statistische regelmaat ineenstort op het moment dat zij voor controlebeleid onder druk wordt gezet.¹⁰ Marilyn Strathern herformuleerde dezelfde regel in 1997 in haar bekende vorm: zodra een meetlat een doel wordt, houdt zij op een goede meetlat te zijn.¹¹ In Reeks III Nº 04, De optimalisatie-asymmetrie, is dit patroon op gemeentelijk en sectoraal niveau gedocumenteerd, met de BENG-norm voor woningen, de schoorsteenmeting van Vattenfall Diemen en de Drentse Nul-op-de-meterwoningen als materiële voorbeelden waarin één meetbare variabele al het andere uit het systeem heeft gesneden. Hetzelfde patroon werkt op supranationale schaal. De Europese ETS-prijs is de meetlat, en omdat zij toewijsbaar en verhandelbaar is, heeft zij de hele bestuurlijke aandacht naar zich toegetrokken. Wat niet onder de meetlat valt, verdwijnt uit de arena.

Wat onder de meetlat verdwijnt, is in dit geval de keten waaruit de meetlat zelf moet worden gerealiseerd. De Wereldbank rekende in 2020 voor dat een pad onder twee graden opwarming tot 2050 meer dan drie miljard ton mineralen en metalen vraagt voor de inzet van wind, zon, geothermie en opslag.¹² De IEA berekende in 2024 dat in haar Net Zero Emissions-scenario de mondiale vraag naar lithium tussen 2023 en 2040 met een factor negen toeneemt, naar grafiet met een factor vier, naar nikkel, kobalt en zeldzame aarden met een factor twee, en naar koper met vijftig procent.¹³ De Outlook 2025 voegde toe dat in het Stated Policies Scenario voor 2035 reeds tekorten worden geprojecteerd van dertig procent voor koper en veertig procent voor lithium.¹⁴ Geen van deze cijfers verschijnt in de bindende delen van het EU-klimaatpakket. Zij verschijnen in scenariodocumenten die het beleid een kader bieden zonder zijn instrumentarium te veranderen.

De intrinsieke laag wordt door diezelfde architectuur weggesneden. Het Brundtland-rapport van 1987 sprak van een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van het heden zonder de toekomstige generaties in het hunne te beperken, en behandelde grondstoffenrentmeesterschap als een zelfstandige norm naast emissiebeperking.¹⁵ De negen planetaire grenzen die Rockström en collega’s in 2009 in Nature publiceerden, waarvan er in 2023 zes zijn overschreden, beschrijven de aarde als een systeem met meerdere correlerende kritische variabelen, niet één.¹⁶ Klimaat is een van die negen grenzen, naast biosfeer-integriteit, biogeochemische kringlopen, landgebruik, zoetwater, oceaanverzuring, atmosferische aerosolen, nieuwe entiteiten en ozonlaag. De institutionele vertaling daarvan in beleid bestaat niet. Het bestuurlijk register heeft de mineraal- en grondstofstromen uit de planetaire-grenzen-analyse niet als zelfstandige beleidsvariabele binnengehaald. Wat van Brundtland en Rockström overblijft, leest als een literatuuroverzicht in het contextueel inleidende hoofdstuk van een effectbeoordeling.

De combinatie van instrumentele uitvoerbaarheid en intrinsieke afwezigheid is wat de proxy-substitutie tot een dissociatief mechanisme maakt. CO2 is niet vals als meeteenheid. Hij is feitelijk de meest hanteerbare proxy die de Europese architectuur op dit moment beschikbaar heeft. Het probleem zit in zijn singulariteit. CO2 werkt als enige meetlat alleen onder de aanname dat alles wat hij niet meet, hetzij onbelangrijk is, hetzij elders gemeten wordt. Geen van beide aannames houdt stand. De materiële keten is constitutief voor de doelstelling, en zij wordt niet elders gemeten in bindende instrumenten. De proxy verbergt waaraan zij hangt. Dat verbergen is geen bedoeling van de architecten. Het is een eigenschap van de architectuur zelf, waarop in §03 wordt voortgebouwd door de keten in haar feitelijke materialiteit te documenteren.


§03 · De gestolde keten

De Chinese marktmacht in de keten van kritieke grondstoffen wordt in het Europese discours sinds 2022 routinematig als gegeven feit benoemd. Dat is in twee opzichten misleidend. Ten eerste is zij geen gegeven feit maar het residu van vijfentwintig jaar Europese, Amerikaanse en Japanse keuzes. Ten tweede wordt haar omvang in het discours doorgaans te beperkt aangeduid. Wie de afhankelijkheid op grondstofniveau leest, ziet niet één tekort aan veerkracht maar een keten waarvan vrijwel elke schakel buiten Europa ligt, en waarvan de raffinage in vrijwel alle gevallen in China plaatsvindt.

De zeldzame aarden zijn het symboolmateriaal. China beheerst circa zeventig procent van de mondiale mijnproductie en meer dan negentig procent van de raffinage-capaciteit voor de groep als geheel.¹⁷ Voor de zware zeldzame aarden, waaronder dysprosium en terbium, die in permanente magneten voor windmolens, elektrische auto’s en militaire toepassingen onmisbaar zijn, controleerde China tot 2023 negenennegentig procent van de wereldwijde verwerking.¹⁸ De Europese Unie is voor de zware zeldzame aarden voor honderd procent afhankelijk van China en voor de lichte voor vijfentachtig procent.¹⁹ De NdFeB-magneten zelf, het samengeperste eindproduct dat in elke windturbine en in elke elektrische motor zit, worden voor ruim negentig procent in China geproduceerd.

Voor grafiet is het beeld vergelijkbaar. China levert ruim driekwart van de mondiale mijnproductie en raffineert ruim negentig procent van het materiaal tot batterijkwaliteit.²⁰ Voor synthetisch grafiet, dat in de meeste lithium-ionbatterijen wordt gebruikt, ligt het Chinese aandeel boven vijfennegentig procent. Voor lithium en kobalt verwerkt China circa zestig procent van de mondiale productie, ook al ligt de mijnbouw zelf overwegend in Australië, Chili, Argentinië en de Democratische Republiek Congo.²¹ Voor gallium en germanium, die in radar, elektronische oorlogvoering, infraroodoptiek en GaN-halfgeleiders onmisbaar zijn, ligt het Chinese aandeel respectievelijk op vierennegentig en drieëntachtig procent van de mondiale productie.²² Voor antimonium, dat in pantserdoorborende munitie, infraroodsensoren en vlamvertragers wordt verwerkt, levert China bijna de helft van de mondiale mijnbouw en het overgrote deel van de raffinage. Voor nikkel is de structuur anders en daardoor verraderlijker. Indonesië heeft sinds 2020 de leiding in raffinage genomen, met zevenendertig procent in 2023, maar driekwart van de Indonesische raffinage-capaciteit is in Chinese handen.²³

Deze cijfers verschijnen in afzonderlijke USGS- en IEA-rapportages, in CSIS-analyses en in de jaarlijkse infografieken van de Raad van de Europese Unie. Zij verschijnen niet in een Europees instrument dat de afhankelijkheid bindt aan een interventie. De CRMA noemt de lijsten en stelt benchmarks, maar zij koppelt de cijfers niet aan een verplicht reductiepad zoals het ETS dat voor CO2 wel doet. De afhankelijkheid heeft geen plafond, geen prijs en geen markt. Zij heeft alleen een lijst.

De huidige stand is geen lot, het is gestold residu. Tot eind jaren negentig was Mountain Pass in Californië de belangrijkste rare-earth-mijn ter wereld, geëxploiteerd van 1952 tot 2002 onder beheer van Molybdenum Corporation, later Unocal en Chevron.²⁴ De sluiting in 2002 had milieuredenen, in het bijzonder lekken van radioactief afvalwater, plus een Chinese prijsoorlog die de Amerikaanse productie commercieel niet meer haalbaar maakte. De heropening in 2012 onder Molycorp eindigde in 2015 in faillissement, opnieuw na een Chinese prijsoperatie. MP Materials nam Mountain Pass in 2017 over en hervatte in 2018 de productie, maar dezelfde structurele factoren spelen nog steeds. In Europa is het residu nog scherper. Sluitingen van koper-, zink- en aluminium-raffinages tussen 1990 en 2015, gecombineerd met de NIMBY-blokkade van nieuwe mijnbouwlocaties (vijfentachtig procent van de Europese kritieke mineraal-voorkomens ligt binnen vijf kilometer van een Natura 2000-gebied)²⁵, hebben de Unie van een industriële basis losgemaakt zonder dat daarover een politiek dispuut werd gevoerd. De keten verhuisde, en de discoursen verhuisden niet mee.

Het Senkaku-incident van september 2010, waarbij China zeldzame-aarden-export naar Japan beperkte na de aanhouding van een Chinese trawler door de Japanse kustwacht, gold lange tijd als het sleutelmoment van geopolitieke leveringszekerheid in Azië.²⁶ De empirische evidentie voor een gericht embargo tegen Japan is in latere COMTRADE-analyses minder hard gebleken dan het narratief deed vermoeden. Wat wel hard is, is dat Japan na 2010 een institutioneel antwoord ontwikkelde, met JOGMEC als publieke voorraadbeheerder en strategische investeerder in aandelenbelangen in mijnbouw, en dat zijn afhankelijkheid van China voor zeldzame aarden van negentig procent in 2010 daalde naar zestig procent in 2023.²⁷ De Europese Unie maakte in dezelfde periode geen vergelijkbare beweging. De European Raw Materials Initiative uit 2008 produceerde lijsten en strategiedocumenten zonder operationeel instrument.

Sinds juli 2023 is China van waarschuwer overgegaan in actieve exporteur van leveringsrisico. De tijdlijn is leesbaar. Op drie juli 2023 kondigde MOFCOM licentievereisten aan voor de export van gallium en germanium, effectief vanaf één augustus.²⁸ Op twintig oktober 2023 volgden licentie-eisen voor synthetisch grafiet, effectief vanaf december. Op eenentwintig december 2023 een exportverbod op technologie voor NdFeB-magneetproductie. Op vijftien augustus 2024 licentievereisten voor antimonium, effectief vanaf vijftien september. Op drie december 2024 een feitelijk exportverbod naar de Verenigde Staten voor gallium, germanium, antimonium en superharde materialen via MOFCOM Notice 2024 No. 46. Op vier april 2025, als antwoord op de Trump-tarieven, een licentievereiste voor zeven zeldzame aarden (samarium, gadolinium, terbium, dysprosium, lutetium, scandium, yttrium) via MOFCOM Announcement 2025 No. 18.²⁹ Op negen oktober 2025 een uitbreiding naar vijf extra zeldzame aarden (holmium, erbium, thulium, europium, ytterbium) plus extraterritoriale Foreign Direct Product Rule-achtige bepalingen met een 0,1-procent-drempel, gepubliceerd als MOFCOM Notice No. 61.³⁰ Op zeven november 2025 schortte China na het Xi-Trump-akkoord in Busan deze uitbreiding voor één jaar op tot tien november 2026, terwijl de aprilrestricties van kracht bleven.

Dit zijn geen incidentele beperkingen. Het is een systematische verdichting van een feitelijke marktmacht in een geopolitiek instrumentarium. Tussen juli 2023 en oktober 2025 zijn in zeven golven door China exportcontroles afgekondigd die de Europese industrie in vrijwel elke schakel raken. Het discours over deze controles speelt zich grotendeels af in vakperiodieken, in S&P-, CSIS- en GLOBSEC-analyses, en in handelsbrieven aan de Tweede Kamer en de Europese Raad. Het speelt zich niet af in het primaire klimaatdebat. Een aanvoerketen die in oktober 2025 in haar vrije doorvoer wordt beperkt voor twaalf zeldzame aarden tegelijk, raakt direct de leverbaarheid van Klimaatwet-doelen, en die directe samenhang is in het beleidsgesprek nauwelijks zichtbaar.


§04 · De CRMA als gestolde-uitkomst-instrument

De Critical Raw Materials Act is in zijn ontstaansgeschiedenis een correct functionerend stuk Brusselse wetgeving. De Commissie publiceerde haar voorstel op zestien maart 2023, het politieke akkoord werd bereikt op dertien november 2023, de Raad nam de tekst aan op achttien maart 2024 en op elf april 2024 werd zij ondertekend. Publicatie in het Publicatieblad volgde op drie mei 2024, en de Verordening trad in werking op drieëntwintig mei 2024.³¹ De CRMA werkt met twee lijsten. Annex I noemt zeventien strategische grondstoffen die voor de transitie of voor defensie van vitaal belang zijn. Annex II noemt vierendertig kritieke grondstoffen, waaronder alle zeventien strategische plus zeventien andere zoals antimonium, baryt, beryllium, fosfaatgesteente, vanadium en scandium.

De architectonische kern van de CRMA zit in artikel 5, dat de benchmarks voor 2030 vastlegt. Tien procent van de jaarlijkse EU-consumptie van strategische grondstoffen moet door eigen mijnbouw worden gedekt. Veertig procent door eigen verwerking. Vijfentwintig procent door recycling. Niet meer dan vijfenzestig procent uit één derde land per schakel per strategische grondstof. Voor wie de cijfers van §03 in het hoofd heeft, is de strekking direct leesbaar. Tien procent eigen mijnbouw is geen industriebeleid; het is een ondergrens die negentig procent afhankelijkheid in de wet inschrijft. Veertig procent verwerking is ambitieuzer, maar wordt ingevuld via Strategische Projecten-status met versnelde vergunningen (zevenentwintig maanden voor mijnbouw, vijftien maanden voor verwerking en recycling) en versnelde toegang tot financiering, zonder bijbehorende herverdeling van publieke financiering of eigendom.³² De vijfenzestig procent-drempel per derde land is opgesteld op een wijze die toelaat dat de afhankelijkheid van China in de Europese gemiddelden formeel onder de drempel blijft, terwijl zij in specifieke schakels (zware zeldzame aarden honderd procent, NdFeB-magneten ruim negentig procent) ver boven die drempel uitkomt.

De Strategische Projecten-procedure (artikelen 6 en 7) is in 2025 in twee tranches in werking getreden. De eerste aanvraagronde sloot op tweeëntwintig augustus 2024 met honderdzeventig aanvragen, waaruit de Commissie op vijfentwintig maart 2025 zevenenveertig projecten aanwees in dertien EU-lidstaten met een totale investeringsverwachting van tweeëntwintig en een half miljard euro.³³ Het materiële zwaartepunt lag op lithium (tweeëntwintig projecten), nikkel (twaalf), grafiet (elf), kobalt (tien), mangaan (zeven), wolfraam (drie) en magnesium (één). Bismut, siliciummetaal en titaniummetaal kwamen in de eerste tranche niet voor. Op vier juni 2025 volgden dertien projecten buiten de Unie, in Canada, Groenland, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Kazachstan, Servië, Oekraïne, Brazilië, Zambia, Madagaskar, Malawi, Zuid-Afrika en Nieuw-Caledonië, met een investeringsverwachting van vijf en een half miljard euro.³⁴ Daarmee staan op datum zestig aangewezen projecten. De tweede aanvraagronde sloot op vijftien januari 2026 met honderdéénenzestig aanvragen, vijfennegentig binnen de Unie en zesenzestig daarbuiten, met selectie verwacht voor het tweede of derde kwartaal van 2026.³⁵

In deze cijfers zit een aanzienlijke prestatie. De Unie heeft in achttien maanden een instrument operationeel gemaakt dat lijsten produceert, projecten aanwijst en vergunningstermijnen verkort. Tegelijk zit in de cijfers de constatering die het paper hier wil scherp stellen. Vijfendertig procent van de aangewezen projecten betreft lithium en nikkel, de twee grondstoffen waar de mijnbouw in beduidende mate buiten China ligt en die voor Europese kapitaalmarkten en geopolitieke partners aantrekkelijke investeringsmogelijkheden vormen. Zware zeldzame aarden, waarvan de afhankelijkheid honderd procent is, zijn in geen enkel project uit de eerste tranche gedekt. Permanente-magneet-productie, waarvan de afhankelijkheid ruim negentig procent is, is in de aangewezen projecten marginaal vertegenwoordigd. De projecten waarvan de Europese economie het meest afhankelijk is, zijn de projecten die het moeilijkst commercieel haalbaar zijn, en zij komen in de Strategische Projecten-procedure als laatste aan de beurt. Dat is geen kritiek op de Commissie. Het is een diagnose van een instrument dat in groen-en-blauw register (faciliteren, bewaken, vergunnen) werkt en het gele kwadrant van eigendomsherverdeling, publieke financiering of geopolitiek-gedwongen capaciteitsopbouw structureel buiten zijn bereik laat.

De duurzaamheidscriteria van de CRMA versterken deze diagnose. Artikel 9 en Annex III bevatten verwijzingen naar sociale, milieukundige en governance-waarborgen, met expliciete koppeling aan de Taxonomy Regulation. Het Europees Hof van de Rekenkamer constateerde in zijn Special Report 04/2026 dat de Commissie zich in 2021 had verplicht tot het ontwikkelen van duurzame financieringscriteria voor mijnbouw, winning en verwerking via gedelegeerde Taxonomy-handelingen tegen het einde van 2021, en dat vier jaar later die handelingen er nog niet zijn.³⁶ De gele-kwadrants-test laat zich in dit feit precies uitlezen. Het bindende deel van de duurzaamheidsstructuur die de CRMA aan haar projecten zou hangen, ontbreekt, en het ontbreekt op een wijze waarvoor niemand verantwoordelijk wordt gehouden.

Het RESourceEU Action Plan, aangenomen op drie december 2025, voegt aan deze architectuur drie miljard euro aan EU-financiering toe, te mobiliseren binnen twaalf maanden.³⁷ Drie miljard euro is, gegeven de tweeëntwintig en een half miljard van de eerste tranche en de vijf en een half van de tweede, in absolute termen geen klein bedrag. In de schaal van de Inflation Reduction Act-investeringen van de Verenigde Staten (geschat op zevenenzestig miljard dollar voor critical minerals tussen 2022 en 2025) of de Future Made in Australia Act (tweeëntwintig en zeven tiende miljard Australische dollar) is het bedrag bescheiden. De kwestie zit niet in het bedrag zelf, maar in wat ermee wordt gedaan. Faciliteren en versnellen blijven de overheersende inzet. De gele interventie blijft achterwege.

De CRMA is daarmee een schoolvoorbeeld van wat in Reeks III Nº 02 als de gestolde uitkomst als gemanifesteerde voorkeur is benoemd. De huidige machtsverhouding wordt als vaststaand uitgangspunt behandeld, en de bestuurlijke architectuur formuleert benchmarks die haar marginaal bijstellen onder een woord (strategische autonomie) dat het tegendeel suggereert van wat het instrument feitelijk doet. De Verordening is geen falen. Zij is een mooi werkstuk binnen een register waarvan zij de begrenzingen niet kan overstijgen. De begrenzingen zelf zijn het onderwerp van §07.


§05 · De onzichtbare grondstoffenvoetafdruk van defensie

Op vijfentwintig juni 2025 ondertekenden de bondgenoten in Den Haag een verklaring waarmee zij zich verplichten tot een uitgavennorm van vijf procent BNP tegen 2035, opgedeeld in minstens drieënhalf procent voor kerntaken en tot anderhalf procent voor defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven.³⁸ De verklaring werd door secretaris-generaal Rutte als een transformatieve sprong voor de collectieve verdediging omschreven. Spanje verkreeg een uitzondering, premier Sánchez stelde een plafond van twee en een tiende procent. Nederland, ten tijde van het besluit nog onder demissionair kabinet, committeerde zich aan drieënhalf procent kerntaken plus anderhalf procent gerelateerde uitgaven, een verdubbeling ten opzichte van de norm uit 2014 in Wales. Een tussentijdse herziening is in 2029 voorzien. Het collectieve uitgavenpad tussen 2025 en 2035 raakt in alle plausibele scenario’s de honderden miljarden, met een verdubbeling van de Europese defensie-industriële vraag als gevolg.

Deze verdubbeling raakt grondstoffen op een wijze die in de Den Haagse verklaring niet figureert, in de Nederlandse Defensienota 2024 nauwelijks figureert, en in het CRMA-discours alleen als zijdelingse aanleiding wordt genoemd. Permanente magneten, voornamelijk NdFeB met dysprosium en terbium en in sommige toepassingen SmCo, zijn cruciaal in raketgeleiding, in de actuatoren van de F-35, in radarsystemen, in elektrische voortstuwing van marineschepen en in onbemande luchtvaartuigen.³⁹ GaN-halfgeleiders voor radar, elektronische oorlogvoering en satelliettechnologie rusten op een gallium-substraat. Infraroodoptiek voor sensoren en doelopname werkt met germaniumlenzen. Munitie en pantserdoorborende projectielen bevatten antimonium. Batterijen voor militaire toepassingen en voor de elektrificatie van het wagenpark vragen lithium, kobalt, nikkel en grafiet. De CSIS-analyse van april 2025 noemde zeldzame aarden cruciaal voor onder meer F-35-jachtvliegtuigen, Virginia- en Columbia-klasse onderzeeërs, Tomahawk-raketten, radarsystemen, Predator-drones en de JDAM-bommenreeks.⁴⁰

Het feit dat de NAVO in december 2024 een eigen lijst defensie-kritieke grondstoffen publiceerde die vrijwel identiek is aan de CRMA-lijst van strategische grondstoffen, met als enig vermeldenswaardig verschil dat de NAVO beryllium opnam in de strategische groep terwijl de CRMA het alleen in de kritieke lijst plaatst, is niet zonder betekenis. Het laat zien dat de twee dossiers, klimaat en defensie, op grondstofniveau dezelfde keten belasten met een nu verdubbelde claim. Dezelfde dysprosium die in een windmolen-magneet zit, zit in een stuurmechanisme van een raket. Dezelfde gallium die in een halfgeleider voor zonne-omvormers zit, zit in een GaN-radarchip. Het politieke gesprek over klimaat en het politieke gesprek over defensie worden in Den Haag, Brussel en Berlijn gevoerd door verschillende bewindspersonen, in verschillende Raden, met verschillende delegaties. Het materiële gesprek is hetzelfde gesprek.

De Verenigde Staten herkennen deze samenhang sinds vierentwintig februari 2021, toen president Biden via Executive Order 14017 een onderzoek van honderd dagen naar Amerikaanse kritieke-grondstoffenketens beval. De gemoderniseerde instrumenten onder Title III van de Defense Production Act werden vanaf 2022 ingezet ter ondersteuning van Talon Metals, MP Materials en Lynas USA. Begin 2025 kondigde het Witte Huis Project Vault aan, een strategische voorraad van twaalf miljard dollar voor zeldzame aarden, lithium en nikkel. Japan beheert sinds 2010 via JOGMEC een actieve voorraad-architectuur in combinatie met aandelenbelangen in buitenlandse mijnbouw, onder andere via een belang in Lynas. Zuid-Korea heeft via KORES sinds de jaren zeventig een nationale-voorraadinstelling die in 2023 werd vernieuwd tot een drieëndertig-mineralen-strategie. De Europese Unie heeft, ondanks Wereldbank- en IEA-rapporten die haar afhankelijkheid sinds 2020 documenteren en vijftien jaar na het Senkaku-precedent, geen vergelijkbare publieke voorraadinstelling. Het Joint Purchasing Mechanism van CRMA artikel 25 is wel opgezet, maar heeft per mei 2026 geen significant contractvolume gerealiseerd.

Voor Nederland is in deze samenhang één episode zo precies leesbaar dat zij hier moet worden gemarkeerd. Op dertig september 2025 activeerde de minister van Economische Zaken, Karremans, voor het eerst sinds 1952 de Wet beschikbaarheid goederen, tegen de chipfabrikant Nexperia in Nijmegen, in handen van de Chinese Wingtech-groep.⁴¹ De motivering was recente en acute signalen van ernstige bestuurlijke tekortkomingen. Het bevel bevroor activa, intellectueel eigendom, bedrijfsactiviteiten en personeel voor één jaar. De Ondernemingskamer in Amsterdam zette parallel de Chinese CEO Zhang Xuezheng af. Op veertien oktober 2025 reageerde China met een exportverbod op de Chinese fabriek van Nexperia. Op negentien november 2025 schortte de minister het bevel deels op om de dialoog met China te herstellen. Het Eurofins-Nexperia-DigiD-paper van februari 2026 analyseerde deze episode als demonstratie dat de Nederlandse Staat onder voldoende druk wel degelijk bereid is om buitenlandse zeggenschap af te nemen, met instrumenten uit de gereedschapskist van de Koude Oorlog, en dat die bereidheid niet voortkomt uit een autonome Nederlandse risicoanalyse maar uit een combinatie van Amerikaanse exportbeperkingen en reactief beleid.⁴²

De Nexperia-episode opent en sluit de defensie-grondstoffen-paragraaf van dit paper. Zij opent de paragraaf omdat zij laat zien dat Nederland in extremis wel een instrument heeft om zeggenschap over kritieke industriële capaciteit terug te halen. Zij sluit de paragraaf omdat zij laat zien dat dat instrument alleen wordt ingezet voor één chipfabrikant op één locatie, en niet voor het bredere grondstoffendossier waarvoor het minstens evenzeer relevant zou zijn. De Wet beschikbaarheid goederen 1952 stamt uit een tijd waarin de Nederlandse Staat strategische voorraadvorming en industriële mobilisatie nog als reguliere bestuurlijke functie beschouwde. De inzet ervan in 2025 was reactief en geïsoleerd. Een Wet Strategische Grondstoffen die de Wbg moderniseert voor het hele grondstoffendomein, met anticipatoire bevoegdheden, een voorraad-architectuur en een grondstoffen-impacttoets, is op dit moment niet in voorbereiding.


§06 · De Nederlandse verspreiding

De Nederlandse beleidsruimte op grondstoffen werd op negen december 2022 vormgegeven door de Nationale Grondstoffenstrategie van minister Adriaansens, minister Schreinemacher en staatssecretaris Heijnen.⁴³ De brief formuleerde de doelstelling om de leveringszekerheid op middellange termijn te vergroten, en zette vijf handelingsperspectieven uit: circulariteit en innovatie, duurzame Europese mijnbouw en raffinage, diversificatie, verduurzaming van internationale ketens, en versterking van kennis en informatievoorziening. De brief was ambtelijk degelijk en politiek vrijwel onzichtbaar. Op tweeëntwintig december 2023 volgde de eerste Voortgangsrapportage. Op negen september 2024 volgde een Kamerbrief over bevindingen uit TNO-onderzoek, ondertekend door minister Beljaarts onder kabinet-Schoof. Op zestien december 2024 publiceerde TNO het rapport Verwerking van kritieke grondstoffen in Nederland: Naar een plan van aanpak. Op twaalf februari 2025 werd het Nationaal Materialen Observatorium geopend, met als opdracht om in beeld te brengen waar Nederland te afhankelijk is.

De structuur is in deze opsomming herkenbaar als wat in de Statecraft-corpus als performatieve volwassenheid wordt benoemd. Er zijn brieven, voortgangsrapportages, TNO-rapporten en een observatorium. Wat in de structuur ontbreekt, is een bewindspersoon met expliciete eindverantwoordelijkheid voor de keten als geheel, een wettelijk instrumentarium dat verder reikt dan registreren en bewaken, en een budget dat in verhouding staat tot de afhankelijkheid die de eigen rapporten documenteren. De Nederlandse grondstoffenagenda is over zes ministeries verspreid. Economische Zaken Klimaat draagt het industriebeleidskader en de CRMA-uitvoering. Buitenlandse Zaken draagt de grondstoffendiplomatie en de strategische partnerschappen. Defensie kent de NAVO-doelen en de defensiebehoeften, maar koppelt die niet aan een eigen grondstoffenbeleid. Infrastructuur en Waterstaat vergunt mijnbouw en raffinage onder de Omgevingswet. Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beheert de PFAS-restrictie die op accu- en magneetketens raakt. Financiën zit op het Invest-NL- en Nationaal Groeifonds-instrumentarium. Geen van de zes draagt de keten in haar geheel.

Onder het kabinet-Jetten, beëdigd op drieëntwintig februari 2026, is de verdeling licht hertekend zonder dat de fragmentatie wordt opgelost.⁴⁴ Stientje van Veldhoven werd minister Klimaat en Groene Groei, een minister zonder portefeuille onder Economische Zaken Klimaat. Jo-Annes de Bat werd staatssecretaris voor energie, kernenergie, mijnbouw via Staatstoezicht op de Mijnen en gaswinning Groningen. Heleen Herbert werd minister van Economische Zaken en draagt de primaire verantwoordelijkheid voor industriebeleid en grondstoffen. Willemijn Aerdts bleef staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteit, met een portefeuille die digitale infrastructuur, AI-normering en Europees digitaliseringsbeleid omvat, maar geen expliciete grondstoffen-component. De coalitie (D66, VVD, CDA) heeft in haar regeerakkoord klimaatpassages opgenomen en geen vergelijkbare passage over de materiële keten. De interdepartementale coördinatie verloopt via werkgroepen zonder formele bevoegdheid en zonder eindverantwoordelijke bewindspersoon.

Per mei 2026 heeft Nederland geen aangewezen Strategische Projecten onder de Critical Raw Materials Act. De eerste tranche van vijfentwintig maart 2025 (zevenenveertig EU-projecten) bevatte geen Nederlandse projecten. De tweede tranche van vier juni 2025 (dertien projecten buiten de EU) idem. De tweede aanvraagronde van de CRMA sloot op vijftien januari 2026 met honderdéénenzestig aanvragen, en op het moment van schrijven is niet bekend hoeveel Nederlandse aanvragen daarin zitten. De minister van Klimaat en Groene Groei wees op zesentwintig maart 2026 wel twee Nederlandse Strategische Projecten aan, maar die vallen onder de Net-Zero Industry Act (Verordening (EU) 2024/1735) en betreffen Sif (offshore windfundering op de Maasvlakte) en Power2X (eSAF in Rotterdam).⁴⁵ De NZIA en de CRMA werken op verschillende lijsten en verschillende artikelen. Het feit dat de aankondiging in de Nederlandse persberichten als CRMA-succes is gepresenteerd, illustreert precies het mechanisme dat dit paper beschrijft. De woordcontinuïteit van strategische projecten verbergt dat Nederland in de CRMA-architectuur geen positie heeft veroverd in de mineraalschakels van de keten.

De adviessector heeft geprobeerd dit gat te dichten zonder dat de politiek het signaal heeft opgepakt. Het HCSS publiceerde tussen 2020 en 2025 een serie rapporten over kritieke grondstoffen, met onder andere Securing Critical Materials for Critical Sectors (december 2020), Cobalt Mining in the EU (oktober 2022), de regionale studies voor Zuid-Holland (juli 2024) en Noord-Holland/Flevoland (2025), het rapport Securing Europe’s Clean Tech Future in opdracht van Invest-NL, en Competitie tussen grootmachten en maatschappelijke stabiliteit in Nederland over Russisch gas, Chinese grondstoffen en Taiwanese chips. De Adviesraad Internationale Vraagstukken heeft in haar werkprogramma 2026-2028 van zestien januari 2026 geen specifiek grondstoffentraject opgenomen.⁴⁶ De Algemene Rekenkamer heeft geen specifiek onderzoek naar de Nationale Grondstoffenstrategie gepubliceerd. De WRR heeft op dit specifieke dossier in de afgelopen vijf jaar geen substantieel rapport geleverd. Op zevenentwintig maart 2024 werd Allard Castelein als Speciaal Vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie aangesteld, een functie zonder uitvoerend mandaat.⁴⁷ De institutionele aandacht is daarmee aanwezig, maar zij is gefragmenteerd en zonder doorzettingsmacht.

De Nederlandse positie in dit dossier is asymmetrisch op een wijze die niet vanzelf in beleid wordt vertaald. Nederland levert via ASML de lithografie-keten waarop de mondiale chipproductie rust die op haar beurt de transitie elders mogelijk maakt, terwijl het zelf geen relevante raffinage- of magneetcapaciteit bezit. Nederland heeft via Tata Steel een klimaatovereenkomst die de basisstaalproductie laat afhangen van een waterstof-keten die nog niet gebouwd is en op grondstoffen leunt die niet beheerst zijn. Nederland heeft via de NAVO-uitgavenstijging een defensievraag die in elke schakel raakt aan dezelfde Chinese marktdominantie. Nederland heeft via de Nexperia-episode het instrument geactiveerd dat in extremis zeggenschap over een Chinese eigenaar kan opheffen, en heeft tegelijk geen architectuur om dat instrument in een bredere doctrine in te bedden. Dit alles wordt in zes departementen gelijktijdig in deelvragen behandeld, en in geen daarvan in zijn samenhang. Op staatsniveau herhaalt zich wat in Reeks III Nº 06 als vorm-laundering is benoemd: institutionele aandacht zonder de macht of de structuur die haar effectief zou maken.


§07 · Het netwerk en de gele-kwadrant-vermijding

Wat in §02 als proxy-substitutie en in §04 als gestolde-uitkomst-instrument is gediagnosticeerd, wordt op het Brusselse niveau gedragen door een netwerk dat de definitie uit Reeks IV Nº 01 van network corruption in de zin van Willeke Slingerland precies invult. Het is geen kongsi, geen kartel, geen samenzwering. Het is een ecosysteem waarin formele integriteit per actor gehandhaafd blijft, terwijl institutioneel-relationele banden buiten formele kaders sturend worden, en waarin de cumulatieve uitkomst onbedoeld in het belang van het netwerk zelf werkt.⁴⁸

De European Raw Materials Alliance is op negenentwintig september 2020 gelanceerd door vice-voorzitter Šefčovič en commissaris Breton, met als motto dat Europa zijn krachten moest bundelen rond grondstoffen zoals zij dat eerder rond batterijen had gedaan.⁴⁹ Het beheer werd ondergebracht bij EIT RawMaterials, dat in Berlijn is gevestigd en als onderdeel van het European Institute of Innovation and Technology werkt. Inmiddels bestaat ERMA uit meer dan honderdvijftig partners en is zij actief in twee werkstromen: Rare Earth Magnets and Motors, en Materials for Energy Storage and Conversion. Op dertig september 2021 publiceerde ERMA haar Action Plan Rare Earths. Het document is herkenbaar in toon en in conclusies. Het beveelt vergaande investeringen aan, faciliteringsmaatregelen, experimenten met gezamenlijke inkoop en strategische allianties met derde landen. Het beveelt geen gele interventies aan. Geen voorstel voor publieke eigendomsherverdeling in de keten, geen blokkademechanisme tegen Chinese acquisities, geen verplichte voorraadvorming op defensieniveau, geen actieve heropening van Europese mijnbouwlocaties tegen NIMBY-verzet in.

De brancheorganisaties die in Brussel op de CRMA-totstandkoming hebben gewerkt zijn met name Eurometaux, Euromines, Eurofer, ACEA en de Duitse VDA. Hun aanwezigheid in deskundigengroepen van de Commissie, in consultaties van DG GROW en DG CLIMA, en in technische sub-comités van het European Critical Raw Materials Board is in het EU-Transparency Register na te zoeken maar slechts gedeeltelijk transparant op deelnemersniveau. Corporate Europe Observatory en de EU Raw Materials Coalition hebben in 2024 en 2025 herhaaldelijk gewezen op de asymmetrie tussen industrievertegenwoordigers en maatschappelijke vertegenwoordigers in de relevante consultatieprocedures. De EURMC stelde over de eerste tranche Strategische Projecten van vier juni 2025 dat de projecten ontbraken aan eigen waarborgen, transparantie en lokale betrokkenheid, met directe risico’s voor mensenrechten, inheemse rechten en milieubescherming.⁵⁰ De ECA-Special Report 04/2026 wees daarnaast op de afwezigheid van de Taxonomy-koppeling die de Commissie zich vier jaar eerder zelf had opgelegd.⁵¹

Dit is geen schandaal en geen integriteitsincident. Het is een institutionele configuratie waarin elk afzonderlijk gedrag te legitimeren is, en de cumulatieve uitkomst niet voldoet aan een publiek-belang-toets. Eurometaux mag voor zijn leden lobbyen. EIT RawMaterials mag zijn partners voorrang geven. De Commissie mag in haar voorstellen het politiek haalbare opzoeken. De Raad mag de tekst tot een akkoord brengen. Het Parlement mag amendementen in industrieel-strategisch register voeren. Elk van die handelingen is correct. De som ervan is een instrument dat de afhankelijkheid codificeert en de gele interventie vermijdt. Daarmee landt het Slingerland-frame uit Reeks IV Nº 01 in zijn zuiverste vorm. Geen kapot proces, alle proces. Geen falende integriteit, alle integriteit. Geen onbedoelde opeenstapeling van gaten in het toezicht, maar een bedoelde architectuur waarvan de gele interventie geen onderdeel uitmaakt.

Het tegenvoorbeeld is in andere jurisdicties leesbaar. De Inflation Reduction Act van zestien augustus 2022 koppelde de Amerikaanse EV-belastingvermindering van zevenduizend vijfhonderd dollar aan herkomsteisen voor kritieke mineralen uit de Verenigde Staten of uit landen met een vrijhandelsakkoord, met disqualificatie bij betrekking van een Foreign Entity of Concern (China, Rusland, Noord-Korea, Iran).⁵² Dit is een gele interventie in zuivere vorm: een fiscaal instrument met geopolitieke selectiviteit dat de keten dwingt te bewegen. De CHIPS and Science Act van negen augustus 2022 voegde tweeënvijftig miljard dollar subsidies en een investeringskorting van vijfentwintig procent toe voor halfgeleiderproductie. Australië nam in 2024 de Future Made in Australia Act aan met tweeëntwintig en zeven tiende miljard Australische dollar voor verwerking van kritieke mineralen, waterstof en koolstofarm ijzer. Japan bouwde via JOGMEC en de Economic Security Promotion Act van 2022 zijn architectuur voor voorraadvorming en investeringen uit. Zuid-Korea formaliseerde in 2023 zijn strategie voor drieëndertig mineralen. Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten verwierven in 2023 en 2024 substantiële mijnbouw-deelnemingen via Manara Minerals en Mubadala. In elk van deze gevallen wordt de gele interventie expliciet gevoerd: machtsherverdeling in de keten via fiscaal, eigendoms- of strategisch instrumentarium.

Het feit dat de Europese Unie deze interventies niet voert, is niet het resultaat van onvermogen of onwetendheid. De Commissie kent de IEA-cijfers, kent de Wereldbank-projecties, kent de Chinese exportcontroles in detail en kent de Amerikaanse, Japanse, Australische en Koreaanse instrumenten. Het feit dat zij niet wordt gevoerd, is het resultaat van een institutionele architectuur waarin het gele kwadrant zijn ingang heeft verloren. De doctrine van de interne markt, de Better Regulation-agenda, de unanimiteits-vereiste voor fiscale dossiers in de Raad, de afgeschermde positie van lidstaten ten aanzien van hun eigen industriebeleid, de afwezigheid van een Europees defensie-aanbestedingsregime tot recent, en het systematisch ontwijken van eigendomsdiscussies binnen de Interne Markt: deze vier of vijf institutionele kenmerken samen verzegelen het gele kwadrant. Strategische autonomie is binnen die verzegeling een vorm-woord, in de zin van Reeks III Nº 03. Het mag worden uitgesproken juist omdat zijn inhoud institutioneel onbereikbaar is gemaakt.


§08 · Handelingsperspectief

Het handelingsperspectief volgt de Reeks IV-discipline van vier registers. Het richt zich op de vraag wat de Nederlandse uitvoeringslaag aan haar eigen opdracht kan vragen wanneer zij CRMA-beleid implementeert, welke gele-kwadrants-bewegingen in het Nederlandse bereik liggen, welke borging nodig zou zijn om de doorwerking van Brusselse netwerkcorruptie te onderbreken, en welke Aiki-registers relevant zijn voor functionarissen die op het Nederlands-Brusselse grensvlak opereren.

Het eerste register is de vraag die de Nederlandse uitvoerende laag aan haar eigen opdracht kan stellen. Op gemeentelijk en provinciaal niveau zijn vergunningen voor verwerking, recycling en hergebruik van kritieke grondstoffen in de komende jaren een groeiend dossier. De HCSS-rapporten voor Zuid-Holland en voor Noord-Holland/Flevoland zijn instrumenten die uitvoerders helpen om in hun eigen ruimtelijk-economisch beleid de grondstoffen-keten leesbaar te maken. De provincies, de Omgevingsdiensten, de VNG, het IPO en de afdelingen Ruimte en Economie van middelgrote gemeenten kunnen op basis van die rapporten een grondstoffen-paragraaf opnemen in hun omgevingsvisies en in hun vestigingsbeleid voor bedrijven. Deze beweging is op zichzelf niet gele-kwadrant, maar zij maakt het gele-kwadrant zichtbaar wanneer de tijd rijp is. Borging in deze laag betekent dat de grondstoffen-leesbaarheid niet afhankelijk is van één directeur Ruimte, één wethouder Economie of één gedeputeerde, maar in de bestuurlijke instrumenten zelf is verankerd.

Het tweede register, de gele-kwadrants-bewegingen in het Nederlandse bereik, vraagt om een geïntegreerde portefeuille en een eigenaarschap dat in het huidige kabinet niet bestaat. Het paper beveelt aan om in een volgende kabinetsformatie de grondstoffenagenda onder één coördinerend bewindspersoon te brengen, met doorzettingsmacht over de zes ministeries die nu deelvragen behandelen. Concreet zou dit een staatssecretaris Grondstoffen en Strategische Materiële Autonomie kunnen zijn, onder Economische Zaken, naar het model van de huidige staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, met een operationele dienst waarin de keten-coördinatie wordt belegd, met een expliciet mandaat over CRMA-implementatie, over de Wet beschikbaarheid goederen 1952 voor het grondstoffen-domein, en over de strategische partnerschappen met derde landen waar Nederland positie zou kunnen nemen. Dit register vraagt geen nieuwe regelgeving in de eerste fase. Het vraagt dat de bestaande verspreiding wordt omgezet in geïntegreerd eigenaarschap.

Het tweede register vraagt vervolgens om twee wettelijke vervolgstappen. Eerst een Wet Strategische Grondstoffen die de Wet beschikbaarheid goederen 1952 moderniseert voor het grondstoffen-domein, met anticipatoire in plaats van reactieve bevoegdheden, met een doctrine over wanneer en hoe het instrument wordt ingezet, en met een publieke voorraad-architectuur naar het Japanse en Zuid-Koreaanse model. Het Nationaal Materialen Observatorium kan in een dergelijke wet als kennisbasis worden ingebouwd, maar zonder operationeel mandaat blijft het een waarnemer. Daarnaast een grondstoffen-impacttoets, vergelijkbaar met de klimaattoets of de Brede Welvaart-indicator, die klimaat-, defensie- en industriebesluiten boven een drempelwaarde verplicht koppelt aan een transparante grondstoffen-voetafdruk. Een dergelijke toets is geen blokkade. Zij is een instrument dat het materiële gesprek voor en achter een besluit zichtbaar maakt. Zij doet voor grondstoffen wat de stikstoftoets voor depositie deed, maar dan ontworpen met de fouten van de stikstoftoets in het achterhoofd: dynamisch in plaats van statisch, gericht op feitelijke afhankelijkheid in plaats van op jaargemiddelden.

Het derde register, de borging tegen doorwerking van Brusselse netwerkcorruptie, vraagt institutionele inrichtingen die op het eerste gezicht administratief klinken maar in hun werking de machtsverdeling raken. Te denken valt aan vier ingrepen: een verplichte rotatie van Nederlandse vertegenwoordigers in CRMA-relevante deskundigengroepen van de Commissie, met openbaarmaking van deelname en van industriebanden; een toets op draaideur-bewegingen tussen Permanente Vertegenwoordiging, lobby-organisaties en bedrijven in de grondstoffen-keten, vergelijkbaar met wat in het financieel toezicht gangbaar is; een actief Nederlands amendementsbeleid in de Raad voor de Taxonomy-handelingen die de CRMA-duurzaamheidskoppeling moeten realiseren en die volgens de ECA vier jaar te laat zijn; en een aansluiting van het Nederlandse parlementaire toezicht op de CRMA-implementatie via een vaste commissie die niet uitsluitend EZK volgt maar de keten-integratie over zes departementen bewaakt.

Het vierde register, de Aiki-discipline op het Nederlands-Brusselse grensvlak, vraagt om iets dat in de Reeks IV-conceptbeschrijving als persoonlijk meesterschap onder druk is benoemd. Functionarissen op de Permanente Vertegenwoordiging, op de directies EZK-Industrie, BZ-Internationale Economische Betrekkingen, Defensie-Materieel en Financiën-Internationale Zaken, en op de operationele plekken bij Invest-NL, RVO en het Nationaal Materialen Observatorium, opereren in een context waarin de gele-kwadrants-vermijding in de Brusselse architectuur is ingebouwd. Meebewegen in CRMA-implementatie is hun professionele taak. Niet meebewegen met de gele-kwadrants-vermijding die daarin is ingebouwd, is hun professionele opdracht. Het verschil tussen die twee bewegingen is de Aiki-discipline waarover Reeks IV Nº 07 in de syntheseparagraaf nader spreekt. Het vraagt van functionarissen dat zij in de Brusselse arena tegelijk loyaal en kritisch zijn, dat zij implementeren wat zij implementeren moeten en tegelijk markeren wat in de implementatie ontbreekt. Deze discipline is in individuele functionarissen aanwezig. Zij wordt door de bestuurlijke architectuur niet ondersteund.

Het paper sluit op deze vier registers af. Het is niet volledig en het pretendeert evenmin dat de voorgestelde bewegingen op korte termijn politiek haalbaar zijn. Het laat wel zien dat de gele-kwadrants-vermijding die de huidige Europese en Nederlandse architectuur draagt, niet zonder gevolgen blijft. Zij draagt de instrumentele dissociatie tussen klimaatambitie en materiële basis verder. Zij draagt de intrinsieke dissociatie tussen mineraal-rentmeesterschap en bestuurlijk register verder. En zij draagt de mogelijkheid dat de Europese Unie in 2035 met een vijf-procent-defensie-norm en een vijfenvijftig-procent-klimaatdoel staat tegenover een keten die zij niet beheert. Wie de Nexperia-episode ernstig neemt, leest in haar vorm de mogelijkheid van een veel groter Nexperia-moment, niet voor één chipfabrikant maar voor een keten, en niet als reactieve noodgreep maar als anticipatoir besluit. Een dergelijk besluit kost het gele kwadrant. Wat het oplevert, is het beheer van de materiële basis waarop de samenleving feitelijk werkt.

De ongetelde keten heeft geen meter en geen markt. Zij heeft mensen, mijnen, smelters, raffinages, scheepvaartroutes, magnetenfabrieken en militaire afhankelijkheden. Wie haar wil bestuurlijk hanteren, moet eerst leren haar te zien. Dit paper is een poging dat zien te ondersteunen. De keuze om vervolgens te handelen, is niet die van de auteur.


Voetnoten

¹ International Energy Agency, Global Critical Minerals Outlook 2025, mei 2025. China controleert volgens dit rapport ruim negentig procent van de raffinage-capaciteit voor zowel grafiet als zeldzame aarden. Zie iea.org/reports/global-critical-minerals-outlook-2025.

² World Commission on Environment and Development, Our Common Future, Oxford University Press, 1987, Hoofdstuk 2: “Towards Sustainable Development”. Het rapport definieert duurzame ontwikkeling als ontwikkeling die voorziet in de behoeften van het heden zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen.

³ Johan Rockström et al., “A safe operating space for humanity”, Nature 461, vierentwintig september 2009, pagina 472-475. Introductie van negen planetaire grenzen. Minerale stromen verschenen niet als zelfstandige grens.

⁴ Katherine Richardson et al., “Earth beyond six of nine planetary boundaries”, Science Advances 9, vijftien september 2023.

⁵ Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van elf april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te garanderen (Critical Raw Materials Act). Gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU op drie mei 2024, in werking getreden op drieëntwintig mei 2024. Zie eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=OJ:L_202401252.

⁶ Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van dertien oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap.

⁷ Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van dertig juni 2021 (Europese klimaatwet).

⁸ Verordening (EU) 2023/956 van tien mei 2023 (CBAM); Richtlijn (EU) 2023/959 van tien mei 2023 (ETS-herziening). CBAM in definitieve fase per één januari 2026.

⁹ International Energy Agency, Global Critical Minerals Outlook 2024, mei 2024.

¹⁰ Charles A.E. Goodhart, “Problems of Monetary Management: The U.K. Experience”, in Papers in Monetary Economics, Reserve Bank of Australia, 1975.

¹¹ Marilyn Strathern, “‘Improving ratings’: audit in the British University system”, European Review 5(3), 1997, pagina 305-321. De herformulering van Strathern houdt in dat een meetlat ophoudt een goede meetlat te zijn op het moment dat zij doel wordt.

¹² World Bank, Minerals for Climate Action: The Mineral Intensity of the Clean Energy Transition, mei 2020. Het rapport projecteert ruim drie miljard ton mineralen en metalen voor inzet van wind, zon, geothermie en opslag tot 2050. Zie worldbank.org.

¹³ IEA, Global Critical Minerals Outlook 2024, Net Zero Emissions-scenario, projecties 2023-2040.

¹⁴ IEA, Global Critical Minerals Outlook 2025, Stated Policies Scenario, projectie 2035: dertig procent tekort voor koper en veertig procent voor lithium.

¹⁵ Brundtland Report, eerder aangehaald.

¹⁶ Rockström 2009 en Richardson 2023, eerder aangehaald.

¹⁷ IEA, Global Critical Minerals Outlook 2025; USGS, Mineral Commodity Summaries 2025, Rare Earths.

¹⁸ Center for Strategic and International Studies, The Consequences of China’s New Rare Earths Export Restrictions, april 2025. CSIS rapporteert dat China tot 2023 negenennegentig procent van de mondiale raffinage van zware zeldzame aarden voor zijn rekening nam.

¹⁹ Council of the European Union, infografiek Critical raw materials, 2025. Voor de zware zeldzame aarden is de EU volgens deze tabel voor honderd procent van China afhankelijk. Zie consilium.europa.eu/en/infographics/critical-raw-materials.

²⁰ IEA, Global Critical Minerals Outlook 2025. Voor zowel grafiet als zeldzame aarden controleert China ruim negentig procent van de raffinage-capaciteit.

²¹ IEA, Global Critical Minerals Outlook 2025: China verwerkt ongeveer zestig procent van het mondiale lithium en kobalt.

²² USGS, Mineral Commodity Summaries 2024, Gallium en Germanium. Zie ook GLOBSEC, Critical Materials in the New Geopolitics, december 2024.

²³ IEA, Global Critical Minerals Outlook 2024. Indonesische raffinage steeg van drieëntwintig procent in 2020 naar zevenendertig procent in 2023; Chinese zeggenschap over Indonesische raffinage-capaciteit op vijfenzeventig procent volgens C4ADS, Refining Power, 2024.

²⁴ Geschiedenis Mountain Pass: zie onder meer USGS Open-File Report 2025-3038, Global Maps of Critical Mineral Production in 2023, en MP Materials investor disclosures.

²⁵ Ovaskainen et al., Horizon CIRAN-project, 2024, geciteerd in Intereconomics 60(5), 2025, “Europe’s Critical Raw Materials: Balancing Strategic Needs with Environmental Protection”.

²⁶ Voor het narratief van het Senkaku-embargo zie talloze persbronnen 2010-2012. Voor empirische nuance: Simon J. Evenett en Johannes Fritz, CEPR/Global Trade Alert, Revisiting the China-Japan Rare Earths dispute of 2010, 2023.

²⁷ Tatsuya Terazawa, “How Japan Solved Its Rare Earth Minerals Dependency Issue”, World Economic Forum, dertien oktober 2023. Volgens Terazawa daalde de Japanse afhankelijkheid van Chinese zeldzame aarden van negentig procent in 2010 naar zestig procent in 2023.

²⁸ Voor de volledige inventaris van Chinese exportcontroles 2023-2025 zie Global Trade Alert, Chinese export controls on critical raw materials, doorlopend bijgewerkt. Z2Data, How China’s Gallium and Germanium Export Ban is Disrupting Supply Chains, voor de gallium-/germanium-tranche.

²⁹ MOFCOM Announcement 2025 No. 18, vier april 2025. Engelse vertaling beschikbaar via Center for Security and Emerging Technology (CSET) Georgetown.

³⁰ MOFCOM Notice 2025 No. 61, negen oktober 2025. Voor analyses zie CSIS, China Imposes Its Most Stringent Critical Minerals Export Restrictions Yet, en Al Jazeera, China tightens export controls on rare-earth metals: Why this matters, tien oktober 2025.

³¹ CRMA-tijdlijn: voorstel zestien maart 2023; politiek akkoord dertien november 2023; aanneming Raad achttien maart 2024; ondertekening elf april 2024; publicatie OJ drie mei 2024; inwerkingtreding drieëntwintig mei 2024. Zie ook Global Policy Watch, The EU Critical Raw Materials Act enters into force, mei 2024.

³² CRMA artikel 8 stelt vergunningstermijnen op zevenentwintig maanden voor mijnbouw en vijftien maanden voor verwerking en recycling, voor erkende Strategische Projecten.

³³ Europese Commissie, persbericht Commission selects 47 Strategic Projects to secure and diversify access to raw materials in the EU, vijfentwintig maart 2025. Zie single-market-economy.ec.europa.eu/sectors/raw-materials/areas-specific-interest/critical-raw-materials/strategic-projects-under-crma.

³⁴ Europese Commissie, EU Designates 13 Non-EU Critical Raw Materials Projects as Strategic, vier juni 2025.

³⁵ Europese Commissie, Strategic projects on critical raw materials gain momentum in second selection round, negentien januari 2026. Honderdéénenzestig aanvragen, vijfennegentig EU plus zesenzestig niet-EU.

³⁶ European Court of Auditors, Special Report 04/2026, Critical raw materials for the energy transition. De Rekenkamer constateert dat de Commissie zich in 2021 verplichtte tot duurzame financieringscriteria voor mijnbouw, winning en verwerking via gedelegeerde Taxonomy-handelingen, en dat die vier jaar later nog niet zijn vastgesteld. Zie eca.europa.eu.

³⁷ RESourceEU Action Plan, drie december 2025.

³⁸ NATO, The Hague Summit Declaration, vijfentwintig juni 2025. De bondgenoten committeren zich aan vijf procent van het BNP per jaar voor kerntaken en defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven, tegen 2035. Zie nato.int/en/about-us/official-texts-and-resources/official-texts/2025/06/25/the-hague-summit-declaration.

³⁹ Voor de defensie-grondstoffen-koppeling zie Taylor Wessing, China’s Rare Earth Export Controls: Implications for European Defence Companies, juni 2025; International Peace Information Service, The EU Critical Raw Materials Act and the defence industry, 2025.

⁴⁰ CSIS, The Consequences of China’s New Rare Earths Export Restrictions, april 2025. Volgens CSIS zijn zeldzame aarden cruciaal voor onder meer F-35-jachtvliegtuigen, Virginia- en Columbia-klasse onderzeeërs, Tomahawk-raketten, radarsystemen, Predator-drones en de JDAM-bommenreeks.

⁴¹ Rijksoverheid, persbericht Minister grijpt in bij chipfabrikant Nexperia, dertien oktober 2025. Voor analyse zie Montesquieu Instituut, De ingreep bij Nexperia, en Taylor Wessing, Nexperia international trade wars taking place with Netherlands as the battleground, december 2025.

⁴² Jacob Huibers, Drie dossiers, één soevereiniteitsprobleem: Eurofins, Nexperia, DigiD en de erosie van Nederlandse zeggenschap over kritieke infrastructuur, Statecraft, februari 2026.

⁴³ Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Kamerbrief Nationale Grondstoffenstrategie, negen december 2022, Kamerstuk 32852-224. Zie rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/12/09/nationale-grondstoffenstrategie.

⁴⁴ Rijksoverheid, Kabinet-Jetten beëdigd, drieëntwintig februari 2026.

⁴⁵ Ministerie van Klimaat en Groene Groei, persbericht over twee Nederlandse Strategische Projecten onder de Net-Zero Industry Act (Verordening (EU) 2024/1735), zesentwintig maart 2026. Sif Holding (Maasvlakte) en Power2X (Rotterdam). Te onderscheiden van Strategische Projecten onder de CRMA, waarin Nederland op datum geen projecten heeft.

⁴⁶ Adviesraad Internationale Vraagstukken, Werkprogramma 2026-2028, zestien januari 2026.

⁴⁷ Rijksoverheid, Allard Castelein start als Speciaal Vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie, zevenentwintig maart 2024.

⁴⁸ Willeke Slingerland, Network Corruption: When Social Capital Becomes Corrupted, dissertatie Erasmus Universiteit Rotterdam, 2018.

⁴⁹ Europese Commissie, lancering European Raw Materials Alliance, negenentwintig september 2020. Šefčovič riep bij de start op de Europese krachten te bundelen, naar het voorbeeld van de eerdere EU Battery Alliance. Beheer ondergebracht bij EIT RawMaterials. Zie erma.eu en eitrawmaterials.eu.

⁵⁰ EU Raw Materials Coalition, statement bij aankondiging tweede tranche Strategische Projecten, vier juni 2025. De coalitie wees op het gebrek aan toereikende waarborgen, transparantie en lokale betrokkenheid, met risico’s voor mensenrechten, rechten van inheemse volken en milieubescherming.

⁵¹ ECA Special Report 04/2026, eerder aangehaald.

⁵² Inflation Reduction Act of 2022 (Public Law 117-169), aangenomen door het Amerikaans Congres en ondertekend door president Biden op zestien augustus 2022. Herkomsteisen onder Section 30D EV Tax Credit, met disqualificatie van Foreign Entity of Concern vanaf 2024.


Colofon

Reeks IV — De gedissocieerde Unie · The Dissociated Union Statecraft Series IV · Nº 06 De ongetelde keten · v0.1 redactionele draft

Auteur: Jacob Huibers Uitgever: HOUSE OF VIRIDIAN OÜ · Tallinn · Lissabon Contact: jacob@statecraft.nl · statecraft.nl

Een Engelse parallelversie verschijnt onder de titel The Ungauged Chain: Raw Materials, the CO2 Proxy and the Absence of Industrial Policy.

Manuscript-verwijzing: De Richting van de Beweging: Interim-Management in de Publieke Sector (manuscript in voorbereiding). Verwante reeksen: Reeks III Gedissocieerde Organisaties (in bundeling), Reeks IV Nº 01 t/m Nº 05 (in voorbereiding), Drie dossiers, één soevereiniteitsprobleem (februari 2026).

Pre-publicatie-aandachtspunten voor v1.0: één · Verificatie van Nederlandse CRMA-Strategische-Projecten-aanvragen in tweede call (beslissing Q2/Q3 2026). twee · Verificatie van Nederlandse defensiebegroting 2026 en groeipad naar vijf procent BNP onder kabinet-Jetten. drie · Update grondstoffenstrategie onder minister Herbert en minister Van Veldhoven, indien gepubliceerd voor v1.0. vier · Eventuele integratie van AIV-, Algemene Rekenkamer- of WRR-publicatie over grondstoffen, indien tussen mei en publicatiemoment uitgebracht. vijf · Engelse parallelversie tegelijkertijd af; cross-references in voetnoten gelijktrekken.

© 2026 House of Viridian OÜ