§Verweesd ontwerp · Nº 04 · Werkvorm
Verliesruimte
Over pogingen die sneuvelen en wat zij nalaten
Het productiefste document uit de Nederlandse zorggeschiedenis is een plan dat het niet haalde. Het plan-Simons strandde begin jaren negentig in politiek verzet, en zonder dat stranden was er in 2006 geen Zorgverzekeringswet geweest.1 Nº 00 noemde het de duurste en leerzaamste fase van het ontwerp.2 Dit artikel gaat over de schakel die dat mogelijk maakt, de eerste van twee werkvormen in de ketting: verliesruimte.
Wat verliesruimte is
Verliesruimte betekent dat er iets op tafel ligt dat verworpen kan worden, en dat verwerping iets beslecht. Dat is de enige omgeving waarin de afwegingsruimte rond een stelsel werkelijk ontstaat. Zolang een voorstel vrijblijvend is, hoeft niemand zijn afwegingen te expliciteren; pas wanneer het verworpen kan worden, komt het gevecht, en pas in het gevecht wordt opgeschreven welke afweging het waard was om voor te sneuvelen. Nº 00 zette het scherp: wie niets inzet, verliest niets, en wie niets verliest, leert niet welke afweging het gevecht waard was.
De schakel moet worden onderscheiden van de mode die haar oppervlakkig lijkt te omarmen. De cultus van het snelle falen viert het verlies zelf; deze schakel gaat over wat het verlies nalaat. Een poging die sneuvelt en een beslispunt achterlaat, is een investering. Een poging die sneuvelt en niets achterlaat, is gewoon verlies. Het verschil tussen beide is de erfenis, en daarvoor is een woord nodig dat deze reeks verder zal gebruiken: de erfbare mislukking.
De duurste les die rendeerde
Wat erfde de Zorgverzekeringswet precies van het gestrande plan-Simons? Drie dingen, elk alleen verkrijgbaar door verlies. Ten eerste de wetenschap welke overgang politiek onhoudbaar was: de route via overwegend inkomensafhankelijke financiering was in het openbaar gesneuveld, en dat gevecht hoefde in 2004 niet opnieuw te worden gevoerd, omdat het beslecht was. Ten tweede het inzicht dat de techniek nog niet rijp was: zonder werkende risicoverevening geen acceptatieplicht, en die verevening werd in de jaren negentig binnen de Ziekenfondswet doorontwikkeld, in de luwte die de mislukking had geschapen.1 Ten derde de kaart van het krachtenveld: wie zich waar had ingegraven, stond na Simons voor iedereen vast. Toen er in 2006 werd getekend, waren de verloren gevechten al gevoerd.
Hetzelfde mechanisme werkt een schaalniveau hoger. De Europese Grondwet werd in 2005 in Nederland en Frankrijk per referendum verworpen. Het Verdrag van Lissabon van 2007 erfde de institutionele inhoud en liet de constitutionele symboliek vallen, precies langs de lijnen die de verwerping had getrokken.3 Ook op Unieschaal laat een verworpen tekst een beslispunt na. Een verwerping is informatie van de hoogste kwaliteit; zij is alleen niet gratis.
Verdampen in plaats van sneuvelen
Het lege geval ligt in het onderwijs. De herziening van het curriculum begon in 2016 met het advies Onderwijs2032, kreeg in 2019 een tweede gedaante als Curriculum.nu, en loopt sindsdien door onder de vlag van de actualisatie van de kerndoelen.4 Drie trajectnamen, honderden betrokken leraren en deskundigen, en pas eind 2025, negen jaar na het eerste advies, kwam er voor het eerst iets ter stemming: een wet die de wettelijke grondslagen van de kerndoelen herziet. De inhoud zelf, de kerndoelen waar het al die jaren om ging, wordt buiten die stemming om vastgesteld, per algemene maatregel van bestuur. Negen jaar lang kon er dus niets sneuvelen, en de rondes tonen het patroon: elke ronde ontmoette kritiek, en elke ronde reageerde daarop door te verdampen in plaats van te sneuvelen. Het traject werd hernoemd, herschikt, opnieuw gestart.
Verdampen lijkt milder dan sneuvelen en is in werkelijkheid duurder. Een gesneuveld voorstel beslecht iets: dit dan niet, en om deze reden. Een verdampt traject beslecht niets; de volgende ronde begint met een nieuwe naam en dezelfde vragen, en de betrokkenen van de vorige ronde nemen hun geleerde gevechten mee naar huis. Het belastingdossier uit Nº 00 volgt dezelfde wet in een andere vorm: vijftien jaar rapporten en geen integraal wetsvoorstel dat kon sneuvelen. Waar niets verworpen kan worden, wordt niets beslecht.
De telbare vervanger
De vervanger van deze schakel is de pilot, met haar familie: de proeftuin, het living lab, de experimenteerbepaling, de deal. De pilot is de poging waaruit het verlies operatief is weggenomen. Zij kan niet sneuvelen: een geslaagde pilot leidt tot het verkennen van opschaling, een mislukte pilot heet een leerervaring, en het einde van de pilot is het einde van de financiering, zelden een besluit. Telbaar is zij bij uitstek: gestart, aantal deelnemers, opgehaalde lessen, en die lessen gaan vervolgens de kennisbank in, waarmee deze vervanger naadloos aansluit op die van Nº 01.
Niets hiervan maakt het experiment als leerinstrument verkeerd. Er zijn vragen die alleen een proef kan beantwoorden. Substitutie begint waar de pilot de plaats inneemt van het voorstel: waar een stelsel zijn moed meet in gestarte experimenten en intussen nergens iets ter verwerping voorlegt. Een bestuur dat alleen nog piloteert, heeft het verliezen afgeschaft, en daarmee ongemerkt ook het beslechten.
Verlies organiseren
Het handelingsperspectief bij deze schakel vraagt bestuurlijke moed, maar de vorm ervan is ambachtelijk.
De eerste beweging: laat elke stelselverkenning eindigen in een voorstel dat ter besluitvorming komt, met verwerping als reële uitkomst. Dat klinkt vanzelfsprekend en is het niet meer; de gangbare route eindigt in een rapport, een kabinetsreactie en een vervolgtraject. De discipline is een einddatum met een stemming.
De tweede beweging: verplicht de nalatenschap. Elk traject dat sneuvelt of wordt gestaakt, sluit af met een kort en publiek erfdocument: wat is beslecht, wat bleef open, wat is geleerd. Dit is het instrument waar Nº 02 op doelde toen het over erven ging. Het kost een middag en het is het verschil tussen een mislukking en een investering.
De derde beweging: geef elke pilot bij de start een besluitclausule. Deze proef eindigt op deze datum in een besluit tot invoering of tot afstel, genomen door dit orgaan. Een pilot zonder besluitclausule wordt niet gestart. Wie deze regel invoert, zal merken hoeveel voorstellen voor experimenten er plotseling minder komen, en dat is de bedoeling: het filtert de proef die iets wil weten van de proef die iets wil vermijden.
De toets van deze schakel: wanneer heeft uw organisatie voor het laatst iets voorgelegd dat verworpen kon worden, en wat heeft die verwerping nagelaten? Wie het antwoord niet weet, heeft lang niet verloren, en dat is geen goed teken.
Een pilot eindigt met een rapport. Een poging eindigt met een besluit. Alleen de tweede laat iets na.
Footnotes
-
Stelselvoorstellen op basis van de commissie-Dekker (1987), gestrand begin jaren negentig (plan-Simons); doorontwikkeling van de risicoverevening binnen de Ziekenfondswet in de jaren negentig; Zorgverzekeringswet, in werking 1 januari 2006. ↩ ↩2
-
Jacob Huibers, Verweesd ontwerp (Nº 00), Statecraft, 2026, statecraft.nl. ↩
-
Referenda over het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, Frankrijk en Nederland, mei en juni 2005; Verdrag van Lissabon, ondertekend 2007, in werking 2009. ↩
-
Platform Onderwijs2032, eindadvies, 2016; Curriculum.nu, voorstellen, 2019; Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen, aangenomen door de Tweede Kamer op 9 december 2025, medio 2026 aanhangig bij de Eerste Kamer; de geactualiseerde kerndoelen worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, beoogd per augustus 2026. ↩